Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sel geheel los en in andere geheel vast. Ik denk dat daarin de soort van gist een groote rol speelt. Vlokkige brouwerijgist zal gemakkelijker opgejaagd worden als nietvlokkige stokerijgist of als wilde gist. Proteïn- en celluloseachtige stoffen zullen in het neerslag ook gemakkelijker opgejaagd worden dan gistcellen.

Hoogstens mag het af te trekken bier nog i procent schijnbaar extract bevatten; er zal zich dan nog genoeg koolzuur ontwikkelen om het bier aangenaam, parelend en schuimend te maken. Als de verdunning integendeel wat laag gevallen is, kan men er V» a 4A stukje broodsuiker, of nog beter 2 a 3 gr. invertsuiker, of zuivere gekristalliseerde Dextrose per liter bijvoegen.

Om eene schoone aanhoudende stille gisting en een wijnachtig bier op flesschen te verkrijgen, doet men er eenige korreltjens gierst, dari en rijst bij, ofwel eenige druppels bier waarin dezelve 1 a 2 dagen verwijld hebben. Het is algemeen gekend dat de wilde gist de beste en zekerste stille gisting verwekt en in het bier de aangenaamste esters of bouquetstoffen vormt. De beste wilde gistsoorten huizen op voornoemde graansoorten, en de Japaneezen maken er reeds eeuwen gebruik van om hun bier parelend te maken. De slechte of vreemde fermenten, welke men daarmeê ook in het bier brengt, komen in gezond bier niet ter ontwikkeling.

Bij zwak gebrouwen bier zal men altijd een grootere gistneerslag in de flesch aantreffen dan bij zwaar gebrouwen bier. De oorzaak daarvan is te wijten aan het alcoholgehalte. Bij een alcoholgehalte van 4 a 5 % heeft er nog wel eene goede gisting plaats, doch de gist vormt dan geene nieuwe cellen meer.

Om geheel klaar flesschenbier te bekomen, zonder eenigen neerslag, moet men het bier van het gespond vat zonder koolzuurverlies op de flesschen aftrekken. Dees kan geschieden door zoogenaamde tegendruktoestellen. Door deze toestellen wordt op het vat, alsook op de flesch, een minstens even zoo hooge koolzuurdruk gezet, als het bier in het gesponde vat heeft; daardoor wordt het koolzuur de gelegenheid ontnomen zich te ontbinden d. w. z. zich in het bier in gaspaarlen om te zetten. Het bier wordt alzoo onder den zelfden druk, met welke het in het vat gesloten zit, op de flesschen gebracht en daar seffens weer ingesloten.

Ter filtratie kunnen ook bierfilters tusschen vat en flesch opgesteld worden. Gewoonlijk wordt met lh atmosfeer koolzuurdruk afgetrokken; trekt men hooger af, dan moet men de flesschen een beschermweefsel aanhangen.

Sluiten