Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bios, Carnos, Ovos, Eurostose en Sitogeen, waarbij nog het door Buchner en Gruber bereide « Gisteiwit » kan gevoegd worden.

Voor het gebruik in stokerij en brouwerij, worden er ook eenige gistextracten daargesteld, onder andere het gistextract van Bauer (Oostenrijk), het Zymogène van Bal en Cie, en het Fermentos van Val. Verfaillie. Men gebruikt dezelve om de gist te voeden en haar tot grootere vermenigvuldiging en vooral tot intensievere gisting aan te zetten, alsook om de gistcellen eene grootere zwaarte te geven, waardoor zij zich dan beter in het vocht na de gisting afzetten, zoodat het bier sneller en beter klaar te krijgen is.

Tot de bereiding van gistextract laat zich de stökerijgist zoo goed als de brouwerijgist gebruiken, doch wegens den billijkeren prijs gebruikt men bijna overal laatstgenoemde. Het is noodig dat men de biergist eerst 3 a 4 maal met zuiver water wassche, hetgeen door dekanteren kan geschieden. Het dekanteren bevordert men bij vlokkige gist, zooals de brouwerijgist, door er een weinig azijnzuur bij te voegen. Voordat men de gist wascht, zift men haar eerst door eene haarzift, om de harsachtige bitterstof te verwijderen.

Om de fijnere harsdeeltjens, welke mede door de zift gegaan zijn, op te lossen, voegt men het eerste waschwater wat soda- of ammoncarbonaat toe.

De gewasschen en geperste gist wordt in hare gelijke hoeveelheid water verdeeld, dat men per 1200 1. 5 1. chem. rein zoutzuur toevoegt en laat het geheel 20 a 30 uren bij 56° Cels. staan.

Om fijnere produkten te maken, neemt men in plaats van zoutzuur, wijnzuur of melkzuur.

Eene gansch andere methode om een zeer fijn gistextract te bereiden, waarbij men tevens eene zuivere, fijne eiwitstof gewint, is de volgende : Gewasschen en geperste gist wordt op een draadweefsel in eene niet vast gesloten ruimte aan eene zwavelastheratmosfeer blootgesteld. Na 24 uren bij vlokkige-, en na 48 uren bij niet-vlokkige gist, is dezelve eene zeer vloeibare en goed filtreerbare massa geworden.

Verhit men het filtraat op 65° Cels., zoo scheiden er zich groote hoeveelheden eiwit af, welke afgefiltreerd, gewasschen en voorzichtig gedroogd worden. Dezelve worden in fijngewreven toestand als toevoegsel voor soepen enz. verkocht. Het filtraat' wordt in eene vacuümpan ingedikt en verder behandeld zooals hieronder beschreven is.

Sluiten