Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gistextracten voor gistingtechnische doeleinden kan men gewinnen door zelfverrotting, alsook door de gist te koken onder druk. Het hoogste extractgehalte bekomt men indien men de gist met 0,25 % zoutzuur vermengt, 10 uren bij 370 C. laat staan en dan gedurende 1 uur bij 1340 C. kookt. 100 kgr. absoluut droge stof geven op deze wijze 80 a 87 kgr. absoluut droog extract.

De met zoutzuur behandelde gist wordt gewoonlijk door natronloog, en de metwijnzuur behandelde door kaliloog geneutraliseerd.

Het filtreeren der behandelde gist geschiedt onder toevoeging van moutscheuten, maïsbaarden en kiezelguhr. Voor het filtreeren kan men nog ontbitteren door toevoegen van waterstofsuperoxvde alleen of met een weinig ijzersulfaat gemengd.

Het filtraat wordt op een waterbad, of nog beter in eene vacuümpan bij 60 a 70° Cels. tot eene siroopdikke massa ingedikt en met de noodige hoeveelheid keukenzout vermengd.

Een op de ze wijze bereid produkt, gelijkt naar smaak en reuk op vleeschextract en kan als zulk gebruikt worden. Wil men een veel fijner en op zuiver pepton gelijkend produkt bereiden, zoo giet men het tot eene goed beweegbare massa ingedikt gistextract langzaam en onder gedurig roeren in 95 procents alcohol. Hierdoor coaguleeren de proteïnstoffen en de meeste zouten blijven in oplossing. Men verwijdert de alcohol door dekanteren, lost het gecoaguleerde in een weinig water op, kookt, koelt af, filtreert na toevoeging van de noodige hoeveelheid keukenzout en dikt in, in een vacuüm tot droog toe. Dees produkt wordt in vorm van poeder in den handel gebracht.

De gistextracten voor de brouwerij bevatten gewoonlijk 26,5 % water, 7,35 % stikstof en 8,60 % asch.

De gist als Geneesmiddel.

De gist was reeds in den ouden tijd gekend als een geneeskrachtig en antiseptisch middel. Men gebruikt haar als inwendig geneesmiddel bij scheurbuik en typhusachtige koortsen . alsook in omslagen bij opene en slechtriekende zweren.

De oude gebruikswijze der gist in de geneeskunde was bijna gansch vergeten, toen op het einde der igde eeuw Dr Heer, Riek en Mettenheimer hare heelkundige eigenschappen bestudeerden. Heei gaf alle 2 uren aan zuigelingen en kleine kinderen 1 a 3 gr. en aan volwassenen 10 a 15 gr. gist. In den ouden tijd hield men van geene kleine dosissen en men gaf 1 a 2 liters dikbrijige gist per dag.

Met bijzonder goed gevolg wordt de gist bij Furunculose, Anthrax en in 't algemeen bij huidziekten aangewend, welke in gestoorde spijsvertering hunnen oorsprong vinden.

Sluiten