Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slecht ingeoogste of annormale rogge, niet. Dezelve moet men eerst gedurende 10 a 12 uren bij 50 a 55° C. in zwavelzuurhoudend water vóórweeken. Hiertoe neemt men per 100 kg. rogge 200 ccm gewone vitriool en 150 1. water. Na het weeken laat men het zuurhoudend water afloopen, brengt de rogge met de noodige hoeveelheid (150 1. per 100 kg.) water in den cuiseur, kookt in den beginne bij blazende ventil 50 min. lang, daarop 1 uur lang bij gesloten ventil onder een druk van 3 V» atm. en blaast onder dezen druk de massa in de versuikeringskuip. Annormale, zoowel als gezonde rogge, laat zich nog het best verarbeiden wanneer men dezelve eerst goed op den vuureest drogen laat. Zij neemt dan later, bij het weeken, veel gemakkelijker water op en geeft ook een veel dunner beslag. Dit verklaart zich hieruit dat er, bij eene temp. van 50 a 70° Celsius, in de granen eene zekere chemische verandering plaats grijpt, waardoor de korrel veel poreuzer wordt en ook veel van zijne slijmachtigheid verliest.

Men stort gewoonlijk, op xoo liters gistingsruimte, 20 a 21 kgr. rogge en 3 kg. gerstemout. 100 kgr. van dit mengsel geven 33 a 35 liters zuivere alcohol.

b) Tarwe in gansche korrels,wordt op dezelfde wijze als rogge verarbeid.

c) Gerst in gansche korrels, laat zich gemakkelijker gaar koken en geeft een zeer dun beslag.

d) Rogge in vorm van meel, wordt gewoonlijk aldaar verarbeid waar men veel gewicht hecht aan de bereiding van qualiteits genever en brandewijn. Zij levert eene zeer dikke lijperige massa, die bij de gisting hoog stijgt en moeilijk door vet of olie te bedwingen is. Tengevolge dezer eigenschappen is het moeilijk meer dan 75 deelen roggemeel op 100 deelen gestort te verarbeiden.

De gewone arbeidswijze is de volgende : Men verdeelt het roggemeel met 5 °/0 moutmeel vermengd in zoo weinig mogelijk water (160 a 170 lit. % volgens de sterkte van het roerwerk) van 8o° Cels.. Als alles goed vermengd is, laat men meer water (40 a 50 lit. °/0) van 8o° Cels. bijloopen, koelt na V» uur, door toevoegen van koud water op 64° Cels. af, voegt het moutmeel toe en laat het roerwerk minstens 15 min. lang gaan, om alle klontjes te vernietigen. Nadat het beslag 1 uur ter versuikering gestaan heeft, brengt men het roerwerk wederom in beweging en koelt de massa op de gistingstemp. van 240 Cels. af.

Sluiten