Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na een bepaalden tijd voegt men de kunstgist bij het beslag, dat vergist moet worden, na vooraf reeds de voortplantingsgist of moedergist afgenomen te hebben. De gistcellen,welke reeds in de kunstgist in aanzienlijk getal voorhanden zijn, vermeerderen zich nog zeer beduidend en bewerken tevens de volledige vergisting van het geheele quantum suiker in het hoofdbeslag vervat. Hierbij mag men niet uit het oog verliezen, dat er toch eene zekere hoeveelheid levenskrachtige gistcellen noodwendig zijn om eene bepaalde hoeveelheid suikerstof in een bepaalden tijd volstandig te vergisten.

De praktische uitvoering omvat de volgende manipulaties : Het beslagen, het versuikeren, het verzuren, het afkoelen, het aanzetten met gist, de afname der moedergist (indien met zulke gearbeid wordt), en het vermengen met het hoofdbeslag, en wel a) door voorzetten, b) zonder voortzetten.

In het volgende zullen wij nu elke operatie uitvoering behandelen.

Het beslagen. Het beslagen of mengen der materialen met water heeft uitsluitelijk voor doel deze stoffen in innig contact met elkaar te brengen. Als dit bereikt is, kunnen de bacteriën welke in het materiaal voorhanden waren, gemakkelijk gedood worden en kunnen de enzymen van hetzelve het zetmeel en de proteïnstoffen in oplosbare, en diffusible verbindingen omzetten.

Men moet dus vooral zorgen, de gestorte stoffen zoo goed mogelijk in het water te verdeelen, zoodat er geene klontjens gevormd — ten minste — de gevormde gebroken worden. Het ongebroken samenbalsel van het meel, kan niet bacteriënvrij gemaakt, noch versuikerd of opgelost worden. De bacteriën, welke in die klontjens bescherming tegen de hitte van het water vonden, ontwikkelen zich na afkoeling en geven aanleiding tot valsche verzuring en slechte vergisting.

De beste hoeveelheid water tot de bereiding van het kunstgistbeslag bedraagt 170 a 200 lit. per xoo kgr. gestort graan. Het maken van het beslag geschiedt, in kleine stokerijen, door het mengseUn eene kuip bij middel van harken of rieken krachtig te bearbeiden. Deze kuipen zijn uit grein- of uit eikenhout. Zij zijn van boven een weinig breeder dan van onder, en hunne hoogte is 1/4 kleiner dan de middellijn van den bodem. In groote stokerijen,» waar men het beslag op mekanische wijze bereidt, gebruikt men met voordeel een trogvormige ijzeren of koperen bak, met snelwerkend horizontaal hark- of riekvormig slagroerwerk.

Als goede materialen tot kunstgistbereiding, kunnen genoemd

Sluiten