Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Andere gistsoorten heb ik dan wederom in 't klein behandeld en beproefd, doch geenmeer gevonden dat meer dan 15 % gist gaf.

Men kan niet alleen de moedergist, doch ook de persgist van chemische samenstelling veranderen en daardoor zekere harer physiologische eigenschappen beïnvloeden. Ziehier hoe dit voor verschillende toestanden geschiedt:

a. Persgist die men rijk aan stikstof en asch maken wil. Zaait de volgens 1 bereide kunstgist in een hoofdbeslag uit dat per hl. 25 a 30 1. gehaltrijke vinasse en 17 kg. graan, bestaande uit '/3 eestmout, 1/3 rogge en 1/3 kleine maïs bevat. Men kan ook gistextract en peulvruchtenmeel bijvoegen.

b. Persgist die men arm aan stikstof maken wil. Zaait de volgens 2 bereide kunstgist in een hoofdbeslag uit dat per hl. 14 kg. van een mengsel van 40 °/o maïs, 25 °/o eestmout, 25 °/o rogge en xo % boekweit bevat; laat bij lage temperatuur gisten en lucht de 4 eerste uren.

c. Persgist welke men arm aan stikstof en rijk aan asch maken wil. Zaait de volgens 3. bereide kunstgist in een hoofdbeslag uit dat per hl. 14 kgr. van voornoemd mengsel bevat, herhaalt deze operatie driemaal achtereenvolgens en vermengt de moedergist de twee laatste malen met persgist van de eerste operatie. Houdt daarna met toevoegen van fosfaten in de kunstgist op, doch voegt dan het hoofdbeslag 110 gr. bi-fosfaat van potasche en 36 gr. bi-fosfaat van magnesia per hl. toe, en herhaalt dit zoolang tot de persgist de gewenschte chemische samenstelling bezit, hetgeen men met het oog waarnemen kan aan de vastheid waarmede de gist zich op den bodem van het dekanteervat afzet.

Om nu deze gist, welke als « zetgist » dienen moet, langen tijd in goeden chemischen en physiologischen toestand te houden, kweekt men haar voort in een beslag als bij B aangegeven is. Na ongeveer 30 operaties, gebruikt men ter opfrissching een ander beslag, bestaande uit 50 % eestmout, 40 °/0 rogge en 10 °/„ boekweit. De van deze kuip gewonnen gist kweekt men 3 achtereenvolgende keeren voort in een beslag als bij C en dan verder weer in een beslag als bij B aangegeven is.

In geval de moedergist door vuile gistingen onbruikbaar zou geworden zijn, dan kan men dezelve niet spoedig genoeg wegwerpen. Men bereidt in zulke gevallen eene nieuwe moedergist en stelt de kunstgist door eigen persgist ofwel door eene geschikte vreemde gist aan. Goede zetgisten zijn : de Weenergisten van Reinsdorf en van Maison Alfort, en de luchtgist Royale van Brugge.

Sluiten