Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Godsdienst en al wat daarmee verband houdt, moest, in het bijzonder in de gevangenis, het karakter van wijding dragen. De kerkgang moest in het gevangenisleven de samenvatting zijn van al wat daar nog lieflijk wezen en wèl luiden kan.

De ontferming van den Christus moest hier alle schuld en alle zondaren en alle zwakken omvatten.

En men begint, met ze in hokjes in te grendelen, onder het disharmonisch accompagnement van het orgel!

O, ik weet wel, het is heel wat gemakkelijker, kritiek op deze dingen te oefenen dan het gevangenisprobleem op te lossen.

Het is een glorieuse waarheid, dat men uiterlijk gebonden en innerlijk vrij kan zijn.

# En het is zotheid, in alle gevangenen louter slachtoffers, zoo al geen martelaars onzer maatschappij te zien. Sentimentaliteit ziet scheel. Hier zijn menschen, die het eigen leven en dat van anderen hebben bedorven, slaaf van eigen lusten en anderen tot slaaf makend, zich telkens opnieuw neergooiend in de groote-stads-modder en daarin wentelend, inplaats van zich van vroegere spatten te zuiveren. . .

Maar toch — wat een zware aanklacht brengt de gevangenis tegen de christenheid in, die in vrede met het kapitalisme leeft!

Hoe moest christelijke liefde, in schuldbesef, het gevangeniswezen trachten op te heffen.

Want hoe nauw is het verband tusschen het maatschappelijk en het persoonlijk leven, tusschen de maatschappelijke zonde der mammonistische uitbuiting, waarvan heel de „christelijke" maatschappij is doorvreten, en de persoonlijke zonden van diefstal, valschheid in geschrifte, berooving, ontucht, „deskundige" hulp bij abortus, waarvoor ze hier boeten.

Wat een schouwspel, als publieke vrouwen in een officieelen, rechts-ambtelijken bezoeker, een bezoeker van haar „etablissement" herkennen!

Sluiten