Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waarop steunt hünne autoriteit? Op wedeizijdsche erkenning. Op 1717 — en de Engelsche erkenning? Een gezag moet ontleend zijn aan een ander gezag óf autonoom zijn.

In werkelijkheid zijn deze magonnieke grootmachten autonoom en ontleenen zij hunne autoriteit slechts aan zich zeiven: de eenige waarachtige magonnieke autoriteit. Maar zij kennen deze zelfde zuiver magonnieke eigenschap niet toe aan hunne meester-vrijmetselaren.

Is dat rechtmatig ? — en wat kan daar achter zitten. vragen

wij ons af.

Er komen ook een paar vragen bij, die juridisch-magonniek van aard zijn. Hoewel niet in hunne volle uitgebreidheid alhier te bespreken, wil ik ze toch aanwijzen:

Is het wel juist, op deze wijze te spreken van een 'recht'

tot inwijding van profanen ? Ik stel mij dat voor op deze wijze een leerling V. M. léért slechts; een gezel V. M. kan zekere kennis bezitten en zóu die kunnen meedeelen. Het is hem, gelijk eiken vrijmetselaar, verboden de 'geheimen , d.w.z. de symbolen en ritualen, woorden enz. medetedeelen aan 'profanen . Maar hij kan althans blijken van zijne kennis geven in zijne werken. Hij mag en zal dat doen. De meester V. M. ten slotte kan de 'wijding' geven aan kennis en aan leerlingschap : hij kan dus inwijden. Dat is een vermógen in hèm. Een vermógen, dat wij bezitten, is op zich zelf een recht, een 'natuurlijk' recht in elk geval; een 'goddelijk' recht in zekere gevallen; zoo hier.

Met wélk soort van recht legt eene magonnieke grootmacht dit 'goddelijk' recht van den meester V. M. aan banden ? Op welken grond berust hare bevoegdheid tot al-of-niet erkenning van wat in-der-daad magonnieke arbeid is ?

Het niet erkennen van wat is, zoo zou men zeggen, is zondigen tegen de waarheid, dus kan veel behalve juist magonniek zijn.

Van zelf spreekt, dat wie zich niet administratief schikt in het Verbond van zekere orde, ook administratief niet (meer) tot die orde gerekend kan worden. Maar dit is toch alweer geen reden om dan den buurman, die geen huisgenoot meer is, niet meer als 'mensch' te erkennen en, laat ons 't maar zeggen, boos aan te zien omdat hij een andere woning betrekt?

Er zijn immers vele woningen in het vaderhuis . . . r

Sluiten