Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bouwen aan de leering en verheffiing van den mensch en "de menschheid.

Dien inhoud, dat wezen der Vrijmetselarij, heeft men nu en dan getracht onder woorden te brengen zoodanig, dat daarvan eenige omschrijving gegeven werd, zonder het innerlijk wezen en deszelfs directe symboliseering, de magonnieke geheimen, te noemen. Men heeft, zoowel voor zich zelf, als voor profanen, gezocht naar kenmerkende omschrijving, of omschrijving van het kenmerkende aan de Vrijmetselarij. Men heeft, althans zoo stel ik het mij voor, en de geschiedenis zwijgt er over, voor zoover ik weet, men heeft willen zeggen, op welke 'landmerken' het schip der vrijmetselarij zeilt, om daarmede te doen uitkomen, welken koers het stuurt, zonder nochtans over de haven van bestemming zelve, noch over de lading van het schip mecledeelingen te doen aan wie er geen wezenlijk belang bij had.

Vandaar dan de naam 'Landmerken' in de geschiedenis der Vrijmetselarij. Het komt mij voor, dat de uitdrukking en het symbool goed gekozen zijn: Uit de 'Landmerken' moet de degelijk-belangstellende, de goed waarnemende buitenstaander — de stuurman-aan-den-wal —- kunnen beoordeelen of althans eenigszins afleiden, welke die bestemming en wat de lading is van 'het schip'. Er moet iets zijn, waardoor de 'profaan' ook den uiterlijken weg naar de orden van Vrijmetselarij kan vinden. Den weg naar den Tempel van Salomo vindt hij in zich zelf. Immers: ,,de leerling kan het Pad niet betreden, als hij niet zelf het Pad geworden is." Maar beide kunnen samen gaan. En als het samengaat, dan is het góed in de Orden van Vrijmetselarij.

Dat 'iets' wat hem uiterlijk den weg naar de Orden wijst, is dus de verzameling der 'Landmerken'. Die moeten dus openbaar en, onder ontwikkelde lieden, algemeen bekend zijn.

Geheel in overeenstemming daarmede stelt dr. Denier van der Gon in zijne aangehaalde brochure 'Kenmerken' en 'Landmerken' gelijk (blz. 11) en schrijft de heer van Ginkel, redacteur van het magonniek tijdschrift de Swastika (1 Januari 1914 blz. 7) : „ . . . dat er maar één vrijmetselarij is, maar dat er vele 'Orden' en 'Riten' zijn. Elk dezer Orden of Riten heeft zijn eigen werkwijze, zijn eigen gewoonten, zijn eigen geschreven en ongeschreven wetten. En zelfs binnen deze beperkingen zijn er

Sluiten