Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. Het prerogatief van den Grootmeester om vergunning te geven voor het verleenen der graden op onregelmatige tijdstippen enz.

7. Idem om ontheffing te geven van het openen en houden van Loges.

8. Idem om iemand onmiddellijk (at sight) metselaar te maken.

9. De noodzakelijkheid voor metselaren om in Loges samen te komen.

10. Het bestuur der Broederschap door een Meester en

twee Opzieners enz."

11. De noodzakelijkheid, dat een loge bij elke bijeenkomst

behoorlijk gedekt wordt.

12. Het recht van eiken vrijmetselaar om in alle algemeene samenkomsten tegenwoordig te zijn, enz.

13. Het recht van eiken vrijmetselaar om in hooger beroep te komen van een besluit van zijne medebroeders, bij eene Groot-Loge, enz.

14. Het bezoekrecht.

15. Het onderzoek naar de echtheid van bezoekers.

16. Geen loge mag zich met zaken van eene andere bemoeien of aan broeders, die van andere loges lid zijn, graden geven.

17. Ieder vrijmetselaar is onderworpen van de wetten en voorschriften van het magonnieke rechtsgebied waarop hij verblijft enz.

18. Bepaalde eischen, die aan candidaten voor inwijding gesteld moeten worden, enz.

19. Het geloof in het bestaan van God als de Opperbouwmeester van het Heelal.

20. Naast dit geloof aan God, het geloof in een opstanding tot een toekomstig leven.

21. Een 'Heilig Boek' is een onmisbaar deel van de symbolen van elke loge (Book of the Law).

22. De gelijkheid van alle metselaren.

23. De geheimhouding.

24. De vestiging van eene speculatieve wetenschap op eene operatieve kunst en het in symbolischen zin gebruiken en verklaren der termen van die kunst, ten behoeve van godsdienstig of moreel onderricht.

Sluiten