Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer z'in Maastricht ons met bommen gaan smijten,

Dan zien we dat voor een vergissinkje aan;

Want niemand in Holland zou willen beweren, Dat dat door een vijand expres was gedaan. We helpen voortdurend gewonden en zieken,

Ze vinden ons dag en nacht voor hen bereid, En als ze uit dankbaarheid ons laten springen, Zwijgen we voor onze neutraliteit.

Wanneer in IJmuiden de mijnen verschijnen,

Dan staan we gereed en we nemen ze mee, En als ze niet barsten, wanneer we ze vinden,

Dan zijn we al dankbaar, gerust en tevree. En raakten we al 'n paar van onze schepen,

Door zulke cadeautjes van kennissen kwijt, Dan zorgen we nog voor hun zieke matrozen, Dan denken we aan onze neutraliteit.

Wanneer men in Engelsche kranten kan lezen,

Dat wij hier in Holland verraderlijk zijn,

En dat we de Duitschers door Limburg lieten,

En dat onze houding niets meer is dan schijn. Dan zorgen w' in Oldenbroek voor de gevluchten,

Ze krijgen hun voedsel en ligging op tijd, We sturen ze lekkers verpakt in hun kranten En denken maar aan onze neutraliteit.

Wanneer z' onze schepen op zee blijven zoeken,

En 't graan.dat ons toekomt,verbeurd wordt verklaard, De reeders dupeeren met groote verliezen,

En geen onzer lijnen nu rustig meer vaart. Dan krijgen ze toch onze koetjes en schaapjes,

Hun spek en hun boter en eitjes op tijd,

En als we dan zelf op een houtje gaan bijten, Dan doen we dat voor onze neutraliteit.

Wanneer z' ons maar blijven negeeren en plagen,

Alsof w'n troep onderhoorigen zijn,

Wanneer ze ons toch niet met rust willen laten,

Dan slaan we terug met 'n bom en 'n mijn. Wanneer ze ons zoover de donder in jagen,

Totdat onze handen gaan jeuken van nijd, Dan zullen we ons door geen mensch laten trappen, Dan vechten we voor onze neutraliteit.

2

Sluiten