Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schap of andere vereeniging van personen gedurende eenig jaar, of gedeelte daarvan, bedoeld bij artikel 5, te boven gaat liet aandeelenkapitaal, dat den laatsten dag van liet jaar waartoe de eerste Augustus 1913 behoorde, was gestort, wordt de zuivere winst over het laatstgenoemde jaar voor de toepassing van artikel 7 vermeerderd met een interest van de som waarmede het gestorte aandeelenkapitaal is verhoogd berekend naar vijf ten honderd 's jaars.

Indien en voor zoover blijkt, dat het gestorte aandeelenkapitaal eener binnen het Rijk gevestigde naamlooze vennootschap of andere vereeniging van personen gedurende eenig jaar, of gedeelte daarvan, bedoeld bij artikel 5, minder bedraagt dan het aandeelenkapitaal, dat den laatsten da°- van het jaar waartoe de eerste Augustus 1913 behoorde, was gestoit, wordt de zuivere winst over het laatstgenoemde jaar A ooi toepassing van artikel 7 verminderd met een interest van de som waarmede het gestorte aandeelenkapitaal is verminderd, berekend naar vijf ten honderd 's jaars.

Artikel 16.

A oor de bepaling van de zuivere winst oener stichting komt alleen in aanmerking de zuivere opbrengst der door haai uitgeoefende bedrijven en beroepen. De uitzondering weina akt in artikel 23 der Wet op de Inkomstenbelasting 1914 is hier van toepassing.

Artikel 17.

\ oor de bepaling van het zuivere inkomen en de zuivere winst dei niet binnen het Rijk wonende of gevestigde personen en lichamen wordt op geen andere bronnen van inkomen gelet dan die vermeld zijn in artikel 24 der Wet op de Inkomstenbelasting 1914.

Aftrek volgens artikel 11 is alleen toegelaten voor de renten van schulden die aangegaan zijn tot aankoop, stichting, verbetering of verandering der binnen het Rijk gelegen onroerende goederen, waarvan de belastingplichtige eene opbrengst heeft genoten.

Artikel 18.

} De beroepskosten der niet binnen het Rijk wonende, uit s Rijks schatkist bezoldigde Xederlandsche ambtenaren worden bepaald volgens de regelen, vastgesteld krachtens artikel 2o der Wet op de Inkomstenbelasting 1914.

\ an liet inkomen dier ambtenaren blijft buiten aanmerking liet gedeelte dat in hunne woonplaats, rechtstreeks of door middel van de bron waaruit liet is verkregen, door eene directe belasting werd getroffen. Behoort hiertoe de opbrengst van binnen het Rijk gelegen onroerende goederen dan vervalt ook de aftrek van renten volgens het tweede lid van artikel 17.

Artikel 19.

Do zuivere opbrengst van het spoor- en trambedrijf van biuter.landsohe ondernemers, voor zoover het lijnen betreft die zicli over de Nederlandsche grens uitstrekken, wordt gesteld op de halve bruto-opbrengst hunner op Nederlandsch grondgebied gelegen lijnen en gedeelten van lijnen, verminderd met een interest van de kosten van aanleg, berekend naai ^ ier ten honderd 's jaars. De bruto-opbrengst van een gedeelte eener lijn wordt, zoo noodig, berekend in verhouding tot die der geheele lijn.

Het laatste lid van artikel 28 der Wet op de Inkomstenbelasting 1914 is van toepassing.

Artikel 20.

I)e zuivere opbrengst van het verzekeringsbedrijf van buitenlandsche ondernemers, voor zoover het binnen het Rijkwordt uitgeoefend, wordt gesteld op tien ten honderd van het bedrag dat aan premiën en kapitaal ontvangen is van binnen het Rijk wonende of gevestigde verzekerden, dit bedi ag verminderd met de toegestane courtages, provisiën en rabatten.

Sluiten