Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alvorens zijne taak te aanvaarden legt de deskundige in handen van den kantonrechter zijner woonplaats den eed of de belofte af, dat hij van elk hem opgedragen onderzoek volgens zijn geweten verslag zal uitbrengen.

Aan do deskundigen wordt door den directeur der directe belastingen, ten laste van liet Rijk, vergoeding toegekend volgens regelen door Ons te stellen.

Artikel 65.

Ieder die niet eenige werkzaamheid den openbaren dienst betreffende belast is, is verplicht aan den inspecteur, de commissie van aanslag, of den raad van beroep de inlichtingen te geven, welke van hem worden verlangd.

Artikel 66.

Het is een ieder verboden hetgeen hem in zijn ambt of betrekking, bij de uitvoering dezer wet of in verband daarmede, nopens inkomen, opbrengst, winst, en in het algemeen nopens de zaken of werkzaamheden van een ander, blijkt of medegedeeld wordt, verder bekend te maken dan noodig is voor de uitoefening van dat ambt of die betrekking, of voor de invordering van eenige aan den lande verschuldigde belasting.

Het verbod van dit artikel geldt mede voor deskundigen, die in verband met de uitvoering dezer wet worden geraadpleegd of met eenige werkzaamheid belast.

Artikel 67.

Wij behouden Ons voor, bij algemeener: maatregel van bestuur bepalingen vast te stellen tot verzekering der belasting van personen, die binnen het Rijk een bedrijf of beroep uitoefenen zonder er eene vaste woonplaats te hebben.

Artikel 68.

Ten behoeve van de uitvoering dezer wet kunnen de ambtenaren, ressorteerende onder het Departement van Financiën, door het Hoofd van dat Departement worden ontheven van de geheimhouding, die hun, in welken vorm ook, bij de wet is opgelegd.

Artikel 69.

Onjuiste aanslagen kunnen door den directeur der directe belastingen, op voorstel van de commissie of den ambtenaar, die den aanslag heeft vastgesteld, ambtshalve worden verminderd.

Artikel 70.

Wij behoudens Ons voor, op grond van dwaling of verschoonbaar verzuim, kwijtschelding of vermindering te verleenen van den aanslag, van den aanslag tot navordering en van de verhoogingen, in de artikelen 37, 42, 57 en 62 genoemd .

Voorts behouden Wij Ons voor, op grond van onvoorziene rampen, kwijtschelding of' vermindering van de belasting te verleenen of de heffing der belasting, indien zij nog niet heeft plaats gehad, achterwege te doen blijven.

Artikel 71.

Ten aanzien van den aanslag van een overledene kunnen zijne erfgenamen de bezwaar- en beroepschriften indienen, tot welker indiening de overledene bevoegd zou zijn geweest.

Artikel 72.

Voor het indienen van bezwaar- en beroepschriften kunnen worden vertegenwoordigd:

de erfgenamen van een aangeslagene, door één hunner, den executeur-testamentair of den bewindvoerder over de nalatenschap;

minderjarigen en onder curateele gestelden door hun wettel ij ken vertegenwoordiger.

Alle bezwaar- en beroepschriften kunnen door een gemachtigde worden onderteekend.

Sluiten