Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 86.

De bij deze wet strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als misdrijven, belialve de feiten strafbaar volgens de artikelen 83, 84 en 85, die als overtredingen worden beschouwd.

Artikel 87.

Met het opsporen van overtredingen dezer wet zijn, behalve de bij artikel 8, onder 1°. tot en met 4°. en 6°., van liet Wetboek van Strafvordering aangewezen personen, belast de ambtenaren der directe belastingen.

Zij maken van hunne bevinding proces-verbaal op, dat bij overtreding van artikel 83, 84 of 85, den bekeurde in afschrift wordt medegedeeld.

Artikel 88.

De feiten strafbaar volgens de artikelen 83, 84 en 85, worden vanwege Onzen Minister van Financiën vervolgd op de wijze bedoeld bij artikel 141, onder 2°. van het Wetboek van Strafvordering.

Wanneer is aan te nemen, dat bij den bekeurde geen opzet tot ontduiking van belasting heeft bestaan, kan hij, zoolang hij niet is gedagvaard, door of vanwege den Minister tot transactie worden toegelaten.

Artikel 89.

Wanneer eene veroordeeling krachtens artikel 78 onherroepelijk is geworden of daaraan door den veroordeelde vrijwillig is voldaan, wordt de aan het Kijk onthouden belasting, ook na het verstrijken van den bij artikel 54 bepaalden termijn, nagevorderd. Artikel 56 is hierbij niet van toepassing.

Tegen den aanslag kan niet worden opgekomen. Gebleken abuizen in de berekening worden door den directeur ambtshalve hersteld.

HOOFDSTUK IX.

Overgangs- en slotbepalingen.

Artikel 1)0.

Heeft een belastingplichtige eenige vermeerdering van inkomen of winst, welke aan de oorlogswinstbelasting is onderworpen, in de aangifte voor die belasting opgegeven, terwijl uit de aangiften, als bedoeld bij hoofdstuk VIII van de Wet op de Inkomstenbelasting 1914, die vermeerdering niet blijkt, dan wordt wegens dit feit geen strafvervolging ingesteld en in geval van navordering geen verhooging volgens artikel 85 dier wet toegepast.

Artikel 91.

Bedraagt het zuivere inkomen of de zuivere winst over eenig jaar bedoeld bij artikel 5, minder dan het zuivere inkomen of de zuivere winst over het jaar waartoe de eerste Augustus 1913 behoorde, dan wordt, indien en voor zoover blijkt dat die vermindering een onmiddellijk of middellijk gevolg is van den oorlogstoestand,

a. aan hem die reeds over de beide voorafgaande jaren of een dier beide jaren krachtens deze wet is aangeslagen geweest, terugbetaald de som welke hij minder aan belasting zou hebben betaald, indign de genoemde vermindering van inkomen of winst een verlies ware geweest over die jaren, te beginnen met het laatste jaar waarover hij wegens vermeerdering van inkomen of winst is aangeslagen geweest;

h. ten aanzien van hem die niet valt onder letter a, of voor wien na toepassing van het daar bepaalde nog vermindering van inkomen of winst door vermeerdering in vorige jaren ongedekt blijft, de genoemde vermindering van inkomen of winst, in het laatste geval voor zoover zij ongedekt is, als een verlies beschouwd over volgende jaren, te beginnen bij het eerstkomende jaar.

Sluiten