Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dering het object zijn, want dan treft men de opgelegde winst, dus de winst die er nog is. Voor de toekomst kan de geheele winst aangesproken worden en inkomstenvermeerdering het object zijn.

De Voorzitter wijst er op, dat men in het buitenland (b. v. in Engeland) de belasting heft wegens de vermeerdering van inkomen of winst, ook voor het verleden. In Duitschland grijpen de voorbereidende maatregelen t. a. v. de naamlooze vennootschappen eveneens in het verleden terug. Indien men twee systemen van belastingheffing naast elkander gaat stellen en het verleden geheel anders behandelen dan de toekomst, zullen allerlei moeilijkheden rijzen, ja zal de zaak onmogelijk zijn. Hoe is dan b.v. de compensatie te regelen? Verder moet het geheele ontwerp herzien en omgewerkt worden en moeten wij-weer van voren af aan beginnen.

Ook de opbrengst der belasting zal op die wijze niet weinig geschaad worden. Voor het verleden mogen dan de vermogensverliezen (en wie heeft die niet!) ten volle gecompenseerd worden. De landbouw b. v. zal daardoor over zijn beste jaren bijna niets bijdragen.

De Heer Nierstrasz verdedigt zijn voorstel. De belasting wordt geheven over twee tijdperken (verleden en toekomst), die hemelsbreed verschillen. Wil men dus een goede belastingwet samenstellen, dan moeten voor die twee tijdperken twee wijzen van heffing voorgeschreven worden. Vreest men dat de opbrengst daardoor zal dalen, wel men verhooge eenvoudig het tarief.

Van den landbouw verwacht Spreker voor deze belasting niet veel. Ieder weet, hoe het daar met de boekhouding gesteld is. De naamlooze vennootschappen worden in het ontwerp het kind van de rekening. Zij verteren haar winst door uitdeeling, afschrijving en reserveering. En van die in het verleden verteerde winst moeten zij belasting betalen! Waar moeten zij dat geld van daan halen? Uit hare reservefondsen? Dat mag nooit, want reserveeren is geen sport, maar noodzaak. Men lette slechts op het risico der scheepvaartmaatschappijen (b. v. het verlies van de „Prinses Juliana" voor de Maatschappij „Zeeland").

Spreker kan zich met de geheele wijze van behandeling allerminst vereenigen. De samenstelling van de subcommissie, die het ontwerp uitgewerkt en de nota's der leden behandeld heeft, is eenzijdig. Naast Voorzitter en Onder-Voorzitter hebben alleen belastingmenschen er zitting en de mannen van de practijk zijn er niet vertegenwoordigd. Over de herziening van het voorontwerp heeft men zeven weken gearbeid. En nu wordt er gezegd: er is geen tijd. Het lijkt wel of men de stemmen tegen het ontwerp wil smoren.

De Voorzitter meent, dat de critiek door den Heer Nierstrasz op zijne leiding geoefend, zeer onrechtvaardig is. Bij de samenstelling van een ontwerp als dit moeten degenen, die met zulken wetgevenden arbeid vertrouwd zijn, grooten invloed hebben. Maar in de vorige bijeenkomst is juist alle gelegenheid gegeven tot ontvouwing van denkbeelden. Daarna is door de vergadering eene beslissing genomen. Nu komen sommige leden bij nota op die beslissing terug. Die nota's, ook die van den Heer Nierstrasz, zijn zeer ernstig overwogen. De subcommissie, rekening houdend met de stemming in de vorige vergadering, meende echter bij het ontwerp te moeten blijven. Er is dus allesbehalve geluierd, maar alles is terdege overwogen. Gaat men nu weer terug, dan geeft dat groote vertraging, terwijl toch destijds de Minister van Financiën op spoed aandrong.

Spreker blijft de geopperde bezwaren tegen het systeem van den Heer Nierstrasz handhaven. Hoe weet de Heer Nierstrasz, dat de landbouw weinig zal bijdragen ? Men denke maar eens aan de bouwboeren, de zuivelbereiding en den vlasbouw. Slaat men voor het verleden den weg van den Heer Nierstrasz in,

Sluiten