Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het denkbeeld van den Heer Rengers acht Spreker-onjuist. De Memorie van Toelichting bevat voor de degressie krachtige argumenten.

De Heer van Ommeren stelt bij amendement voor het percentage tot 15% te verminderen. Dan vallen vele bezwaren weg geopperd tegen de belasting wegens inkomstenvermeerdering, in het verleden genoten en al of niet opgelegd. Voor het geval de belasting bij 15°/0 niet genoeg opbrengt, zou een aanvullende heffing van 10% wegens vermogensvermeerdering mogelijk zijn.

Spreker waarschuwt voor een te hoog percentage. Zij die door den oorlogstoestand veel hebben verdiend, zullen de kapitalen gebruiken of verschaffen voor productie in de toekomst. Treft men hen te zwaar, dan verstikt men het nieuwe zaad.

De Heer Gerretson meent zich tegen opvoering van het percentage krachtig te moeten verzetten. Naast de oorlogswinstbelasting staan nog de gewone belastingen: rijksinkomstenbelasting en plaatselijke belastingen naar het inkomen, welke laatste soms 10% bedragen. Wordt het percentage op 50% gebracht, dan zullen er zijn die 64% belasting betalen!

Verder wijst Spreker op een gevaarlijk verschijnsel in deze Commissie. De een richt zich enkel naar den landbouw, de ander uitsluitend naar handel en nijverheid. Wij moeten het geheel overzien. Stelt men de degressie ter zijde, dan zal dat voor de kleine nijverheid eenvoudig de nekslag zijn. De kleine industrieelen hebben hun extra-winst gebruikt om hun zwak bedrijf te versterken. Daarvan mag geen 25 pet. worden geëischt.

De Heer Gerzon is het met geen der voorstellen eens, doch staat bet dichtst bij den Heer van Ommeren. Spreker zou het liefst zien een heffing wan 15 pet. met progressie voor de groote winsten. Men moet niet met oorlogvoerende landen vergelijken, want de uitgaven zijn daar veel grooter.

De Heer Schaper verdedigt zijn amendement. Waarom zou met de oorlogvoerende landen niet mogen vergeleken worden? Bij ons kan van de oorlogswinsten minstens zooveel gevraagd worden als daar waar de menschen nog wel andere en grootere offers moeten brengen. Op oorlogswinsten heeft geen mensch recht. Zij zijn gemaakt ten koste der burgers. Een heffing van 50 pet. is dus waarlijk niet te hoog, vooral niet omdat de compensatie onbillijkheden voorkomt.

De Heer van Nierop kan met het voorstel der Heeren Schaper en Nieboer niet meegaan. Men mag niet uit het oog verliezen, dat met vermogensverliezen door den oorlog geen rekening wordt gehouden. Dat moet bij de vaststelling van het percentage wel in aanmerking worden genomen.

Spreker acht degressie bij deze heffing riet wenschelijk. Met den kleinen man hebben wij hier niet te doen, maar met den man van de kleine oorlogswinsten. Dat kan soms een millionnair zijn. Men moet in deze min of meer zakelijke belasting geen persoonlijk element brengen.

De Heer van Ommeren maakt bezwaar tegen de opvatting van den Heer Schaper, alsof in het maken van oorlogswinst op zichzelf iets kwaads zou schuilen. Die winst is vaak behaald ten koste van het buitenland en niet ten koste van de burgers.

In de Memorie van Toelichting wordt gezegd dat velen in de gelegenheid zijn gesteld groote winsten te maken. Spreker meent, dat meer nadruk moet worden gelegd op eigen energie en ijver. Enkel omdat Nederland zeer veel nijvere en actieve burgers telt, is er veel geld verdiend. De kleinere winsten moet men daarom niet te zwaar treffen.

De Voorzitter is het met het laatste betoog van den Heer van Ommeren geheel eens. In de Memorie van Toelichting worden slechts de oorzaken van de oorlogswinst opgenoemd. Maar om ze te behalen is er heel wat gewerkt en zijn groote

Sluiten