Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2°. het amendement door den Heer van Ommeren voorgesteld; het wordt verworpen met 19 (negentien) tegen 5 (vijf) stemmen;

tegen het amendent stemmen de Heeren van den Bergh, Cremer, van Foreest, de Geer, Gerretson, Hoetink, Kellermann Slotemaker, Laman de Vries, van Loon, Mesdag, de Monté ver Loren, Nieboer, van Nierop, Patijn, Schaper, Scheurleer, Schuuring, Teenstra en de Voorzitter;

voor het amendement stemmen de Heeren Gerzon, van der Lande, Nierstrasz, van Ommeren en Wierdsma;

en 3°. het amendement door den Heer van Welderen Rengers voorgesteld; het wordt verworpen met 19 (negentien) tegen 5 (vijf) stemmen;

tegen het amendement stemmen de Heeren van den Bergh, Cremer, van Foreest, de Geer, Gerretson, Gerzon, Hoetink, Kellermann Slotemaker, Laman de Vries, van der Lande, van Loon, Mesdag, de Monté ver Loren, van Ommeren, Patijn, Scheurleer, Schuuring, Teenstra, en de Voorzitter;

voor het amendement stemmen de Heeren Nieboer, van Nierop, Nierstrasz, Schaper en Wierdsma.

Artikel 26 wordt daarop ongewijzigd goedgekeurd. Evenzoo de artikelen 27 en 28.

Bij artikel 29 stelt de Heer Cremer de vraag of er niet moet gelezen worden „waren".

De Heer Laman de Vries deelt mede, dat de redactie steunt op de jurisprudentie van den Hoogen Raad.

De Voorzitter wijst op het verband met artikel 75.

De Heer Patijn vraagt, hoe die aansprakelijkheid voor het verleden mogelijk is. Stel b.v. er zijn vereffenaars door den rechter aangesteld en zij hebben de zaken afgewikkeld en alles uitgedeeld. Zij kunnen toch niet aansprakelijk worden gesteld.

De Heer Cremer sluit zich bij den vorigen spreker aan. De Regeering is in gebreke en niet de vereffenaars. De Regeering had voorbereidende maatregelen kunnen treffen.

De Heer van Nierop acht het 't beste om de vereffenaars te ontheffen van de aansprakelijkheid, indien zij een lijst overleggen met de namen dergenen, aan wie de gelden zijn uitgedeeld.

De Heer Mesdag vraagt: hoe dan bij aandeelen aan toonder?

De Heer van Nierop antwoordt dat men ook dan wel weet, wie de gelden heeft ontvangen.

De Voorzitter herinnert, dat deze quaestie bij artikel 75 aan de orde komt.

De Heer van den Bergh acht het woord „zijn" in artikel 29 toch gevaarlijk. Het kan tot chicanes aanleiding geven.

De Heer van Nierop stelt voor te lezen: „aan de vereffenaars".

De Voorzitter zegt toe, dat die redactie nader zal worden bezien.

De artikelen 30 tot en met 41 worden aangenomen.

De Heer van Nierop vraagt naar aanleiding van artikel 42 of de bepaling van de vierde alinea, die op meer plaatsen voorkomt, niet in een algemeen voorschrift "kan opgenomen worden. Tevens meent Spreker, dat het woord „gehad" moet vervallen.

De Voorzitter merkt op, dat die bepaling aan de wet op de inkomstenbelasting ontleend is. De vragen zullen echter worden overwogen.

De artikelen 42 tot en met 6-3 worden goedgekeurd.

De redactie van artikel 64 doet naar de meening van den Heer van Nierop niet voldoende uitkomen, dat de beeëdiging

Sluiten