Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Velen volgden zijn voorbeeld en in den loop van een halve eeuw kreeg IJsland zijn Noorsche bevolking, die het beste van de kuituur van het moederland met zich bracht. Want het waren niet de minsten, die huis en hof terwille hunner zelfstandigheid verlieten, om in den vreemde nieuwe woonplaatsen te zoeken. Ook was het hun niet om veroveringen of oorlogsavonturen te doen. Vreedzaam vestigden ze er zich, ieder op zijn hof, in de hoop er een vrij en rustig leven te vinden. Dit neemt niet weg, dat de geschiedenis van IJsland er een is van voortdurende veeten tusschen de geslachten onderling. Deze vormden er een soort republiek. Zorgvuldig handhaafden zij de oude zeden. „Immers om deze te bewaren hadden zij Noorwegen verlaten. Op de schepen hadden die uitgewekenen de zuilen bij zich van den hoogzetel in hun hal, met het beeld van Thorr er op; bij het naderen van het land vertrouwden zij ze aan de zee toe, en waar de wind en de golven ze aanspoelden, daar verrees hun nieuwe woning. Zoo werden de oude goden in het nieuwe vaderland gediend."1) De godsdienst van deze menschen was n.1. nog een heidensche. Vooral ook door de afgezonderde ligging duurde het lang, voordat het Christendom vasten voet in het Noorden kreeg. Wel werden sommigen op hun reizen bekeerd en trachtten Duitsche priesters de Noormannen het

dienst Sa"s,?aye' Geschiedenis van den Gods-

dienst der Germanen. Haarlem 1900, blz. 241.

Sluiten