Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teugen, doch de hoorn werd niet leeg. „Men kan toch zien, dat je kracht niet zoo bijzonder groot is," zei Utgardaloki; „wil je nog meer krachtproeven afleggen?" Thorr stemde toe en zou nu Utgardaloki's kat optillen; „dat is een oefening voor kleine jongens" zei deze, „en ik zou hem Thorr niet opgeven, als ik niet gezien had, dat hij zwakker is dan men zegt."

Thorr kon, hoe hij zich ook inspande, de kat slechts met één poot van den grond lichten. „Dat had ik wel gedacht", zei Utgardaloki: „de kat is nogal groot en jij bent klein." Nu werd Thorr boos en daagde iemand uit om met hem te worstelen. Daarvoor werd de oude vrouw Elli geroepen; hoe meer Thorr zich inspande, hoe vaster zij stond. Ten slotte viel Thorr op zijn eene knie en hielden ze op. Nog één nacht bleven de goden daar; den volgenden morgen deed Utgardaloki hun uitgeleide en deelde hun toen mee, dat hij ze misleid had, doch dat ze sterker waren, dan hij verwacht had; hij was dezelfde als Skrymir; hij had den zak met ijzerdraad dichtgeknoopt; toen Thorr hem met zijn hamer drie slagen had gegeven, had hij ter beschutting een gebergte voor zijn hoofd geschoven. Loki had in het eten gewedijverd met het vuur, Thjalfi in het hard loopen met de gedachte; het uiteinde van den hoorn, waaruit Thorr gedronken had, stak in zee; Elli was de ouderdom en de grauwe kat de Midgardsslang. Daarop was Utgardaloki verdwenen.

Sluiten