Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geen man is zoo goed, dat hij geen enkele ondeugd heeft, noch zoo slecht, dat hij gansch niet deugt."

„Lach nooit om den grijzen zanger; dikwijls zijn het wijze woorden, die grijsaards spreken, dikwijls komen uit een rimpelige huid verstandige woorden."

„Een ongelukkig en slechtgeaard mensch lacht om alles; dat weet hij niet, wat hij moest weten, dat hij zelf ook niet zonder fouten is."

Dwaasheid.

„Er is een groot verschil tusschen dwazen en wijzen."

„Een dwaas man waakt alle nachten en tobt over alles; dan is hij vermoeid, wanneer de morgen aanbreekt en alle moeilijkheden zijn nog zooals tevoren."

„Een dwaas man meent, dat allen, die hem toelachen, zijn vrienden zijn; hij merkt niet, dat zij kwaad van hem spreken, als hij onder verstandige menschen zit."

„Een dwaas man meent, dat allen, die hem toelachen, zijn vrienden zijn; maar wanneer hij op het thing komt, bemerkt hij, dat er weinigen zijn, die hem willen verdedigen."

„Een dwaas man meent alles te weten, als hij zich in een hoekje kan terugtrekken;

Sluiten