Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De boom die alleen op een kalen heuvel staat, verdort; bast noch loof beschermt hem; zoo is de man, dien niemand liefheeft; waartoe zou hij nog langer leven." „De eene brandstapel ontsteekt zich aan den anderen, het eene vuur wordt door het andere voortgebracht; door zijn spreken maakt de eene mensch zich aan den ander bekend ; de dwaas door zijn zwijgen." „De eenzame leidt een treurig leven." „Slechts weinigen zijn zichzelf genoeg." „Treurig is het om alleen te leven."

Daar men nu zooveel mogelijk den omgang met anderen moest zoeken, is het niet vreemd, dat men dikwijls gasten bij zich ontving, of zelf een bezoek bij anderen aflegde. Gastmalen, waarover we bij de waarschuwingen tegen dronkenschap reeds telkens hoorden spreken, kwamen dan ook niet weinig voor. Behalve de vreugde, die de omgang met anderen gaf, was het immers ook een eerste vereischte voor eiken Germaan, gastvrij te zijn ! Ieder, die het leven der oude Germanen waarnam, werd getroffen door hun groote gastvrijheid. Ook de saga's geven er talrijke voorbeelden van. Zoo was er een zekere Geirridr, die haar huis over den weg liet bouwen, zoodat alle menschen er door moesten rijden; altijd stond daar een tafel met spijzen gereed voor ieder, die er van wilde hebben ; daarom gold zij voor de edelste vrouw.

Sluiten