Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over den eerbied, dien de oude Noren verplicht waren, aan dooden te bewijzen. Lijkplechtigheden hadden altijd met veel zorg plaats; gewoonlijk werd de overledene verbrand en somtijds met hem zijn paard, ja zelfs wel eens zijn vrouw. Begrafenissen kwamen echter ook voor. Uit het volgende kan men zien, dat men zelfs aan de lijken van onbekenden eerbied moet bewijzen en ze, wanneer men ze onbegraven aantreft, begraven moet. In de eerste plaats verzorgt men echter, hetgeen zeer begrijpelijk is, het graf van zijn verwanten; vandaar dat iemand, die kinderloos sterft, zeer te beklagen is, want hij heeft niemand, die zijn graf zal verzorgen:

Eerbied voor dooden.

„Ik raad u, dat gij de lijken begraaft, waar gij ze boven aarde vindt liggen, al zijn ze gestorven aan een ziekte, of verdronken in zee, of gedood door een wapen."

„Een bad moet men bereiden voor wie gestorven zijn, hun hoofd en handen wasschen, ze kammen en afdrogen, voor ze in de lijkkist gaan en hun een vredigen slaap toewenschen."

„Een zoon te hebben is beter, al is hij ook laat geboren, zelfs na den dood van zijn vader; zelden staan er grafsteenen aan den weg, wanneer de eene verwant ze niet voor den ander opricht."

Sluiten