Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de tekst van 't opschrift begint met de aanroeping «Hulde aan Buddha».

Een alleszins merkwaardige oudheid, in de provincie Sisakêt, is die welke bij de omwoners den naam draagt van Kamphêng Niai, «de groote ringmuur». Binnen een grooten ringmuur van limoniet zijn de overblijfselen zichtbaar van zes bouwwerken, namelijk drie torens en drie kleinere gebouwtjes. De bovendorpel van een dezer gebouwtjes vertoont Visnu liggende op de slang, terwijl uit zijn navel de lotus opschiet die Brahma draagt. Op een der pijlers van de hoofdpoort is een opschrift in het Khmer, van den jare 964 £aka = 1043 A. D., dus ten tijde der regeering van Süryavarman I. Het stuk is de schenkingsoorkonde van een givaïetisch minister en voorzitter van 't Hoog Gerechtshof.

Hoog op den berg van Brah Vihar verhief zich eenmaal een trotsche groep van gebouwen met toegangen, galerijen, trappen,, binnenhoven, torens en ringmuren. Van het geheel is nog genoeg gespaard gebleven om de overtuiging te wekken dat het een grootschen indruk op den beschouwer moet gemaakt hebben.

De epigraphische teksten, al hebben ze veel geleden, verspreiden over de geschiedenis eenig licht. De eerste tekst, van 960 Qaka— 1038 A. D., begint met een aanroeping van Qiva en bevat bevelen van Koning Süryavarman, omtrent zekere heiligdommen aan £iva gewijd.

In een iets ouderen tekst, van 949= 1028 is er sprake van schenkingen aan familiën die de bewaarders zijn van de kronieken der vorsten van Cambodja. Een Sanskritinscriptie op een steenen zuil, merkwaardig genoeg in Noord-Indische karakters, maakt ons bekend met eenige geschiedkundige feiten, o.a. met de oprichting van een gouden Liftga in 803 £aka = 881 A. D. en van een anderen Linga in 815 = 893.

Een tweede zuil dagteekent uit den tijd van Koning Süryavarman II, de

eerste helft der 1 lde eeuw.

Uit deze fragmentarisch bewaard gebleven teksten blijkt met zekerheid dat het heiligdom van Brah Vihar aan Qiva gewijd was en hoogstwaarschijnlijk door Süryavarman I gesticht werd in de llde eeuw onzer jaartelling. Nagenoeg van denzelfden tijd is, zooals wij gezien hebben, de inscriptie van Kamphêng Niai.

De provincie Melu Prei, waar nog verscheiden dorpen door Cambodjanen bewoond zijn, is rijk aan oudheden, welke alle door den tand des tijds veel geleden hebben. Het oudste monument is wel de toren van Prasat Kampheum, blijkens het beeldhouwwerk boven den ingang van een Visnuïetisch heiligdom. De daar gevonden inscriptie vertoont de lettervormen van de 7de eeuw en houdt een lijst in van schenkingen van slaven, slavinnen, kokostuinen, enz.

Sluiten