Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Barth vermoedt dat bedoeld isYoganidra ofMahamaya, die gelijkelijk door de Qivaieten en Visnuieten vereerd wordt. Het tweede opschrift is zeer beschadigd, zoodat er bijna niets van te maken is.

Een pyramidale steenzuil met kort Sanskritopschrift, gevonden teThma Puok, is duidelijk van Buddhistischen oorsprong, want men leest er de namen op van Buddha, Maitreya, Lokega of Lokegvara (anders genaamd Avalokitegvara). Het stuk is dus bepaald Mahayanistisch.

Eenige uren ten N. van Thma Puok aanschouwt men een van de grootste ruïnen van Cambodja, die door de massa van haar materialen en den rijkdom der beeldhouwwerken onmiddellijk na de beroemde monumenten van Bayon en Angkor Vat in aanmerking komt. Het indrukwekkend geheel van dit overblijfsel der oudheid, bekend onder den inlandschen naam van Banteai Chhmar, omvat: een groot gegraven meer in 't Oosten; den bijtempel in 't midden van dit meer; een hoogen aardwal met een gracht rondom de ten W. van 't meer gebouwde stad; vijf of zes tempeltjes binnen

die stad; een binnenwal met diepe grachten waarover dijkvormige wegen

lagen, versierd met kolossale reuzenbeelden, terwijl een binnenmuur met een monumentale poort aan ieder der vier zijden boven de gracht zich verhief; een plein binnen den wal, waar verschillende bijgebouwtjes stonden; eindelijk den centralen tempel, een labyrinth van galerijen, portico s en torens, welke omgeven was door een rechthoekige met bas-reliefs versierde galerij. Voor eene uitvoerige, tot in kleine bijzonderheden afdalende beschrijving der onderdeelen van 't geheel, zij de lezer naar het boek zelf verwezen. Omtrent de beeldwerken die door groote verscheidenheid uitmunten, willen we alleen opmerken, dat daaronder niet slechts de gewone figuren uit het Hindusche Pantheon voorkomen, maar ook Buddhabeelden. Deze omstandigheid tracht de Schr. te verklaren door aan te nemen dat de tempel gesticht was ter eere van Buddha of aan de beide heerschende godsdiensten van Cambodja tegelijk gewijd was, zoodat wij te denken zouden hebben aan een gemengden eeredienst. Inderdaad kent men ook uit het Middeleeuwsche Java dergelijke voorbeelden van syncretisme tus-

schen (^ivaïsme en Buddhisme.

De inscripties ter plaatse verspreiden over de bestemming van den grootschen bouw geen licht. Wel echter behelzen ze gewichtige gegevens aangaande een eigenaardig feit, namelijk dit, dat Koning Yagovarman om de verdiensten te vereeuwigen van vier van zijne ministers, met name genoemd, die deels bij gelegenheid van een opstand, deels in een oorlog hun leven voor hem opgeofferd hadden, hun standbeelden in het heiligdom liet oprichten, waar zij goddelijke eer genoten. Ook van andere personen , die na hun dood vergood werden en wier beelden in 't gebouw prijkten,

Sluiten