Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt gewag gemaakt. Hieruit zou men geneigd wezen af te leiden dat de weidsche bouw bestemd was voor een Pantheon, waarin alle goden en vergode weldoeners der menschheid eene plaats vonden, zoo iets als het Beiersche Walhalla op groote schaal, met dit verschil dat de eigenlijke goden niet waren uitgesloten, zooals in 't Walhalla en het Parijsche Panthéon het geval is, in spijt van den naam dezer gebouwen.

In 't Distrikt Soay Chêk treft men een aantal bouwvallen aan, die wij met stilzwijgen voorbij gaan, om iets langer stil te staan bij twee beschreven zuilen van Neak Ta Chi Ku. Op de eene ziet men een bas-relief, voorstellende £iva op den stier Nandi met zijne gemalin, en een Sanskritinscriptie uit den tijd van Süryavarman I; dit stuk wacht nog op eene vertaling. De andere inscriptie, in de landtaal, erg beschadigd, vermeldt eene schenking van landerijen aan een Linga van £iva ten tijde der regeering van Süryavarman I.

Ten N. van genoemde plaats staat een schoon bewerkte zuil van rooden zandsteen, versierd met een figuur van den Buddha in bas-relief en voorzien van een tweetalig opschrift. Het stuk dagteekent van 948 £., toen Süryavarman I aan de regeering was en is eene Buddhistische stichtingsoorkonde.

Na de oudheden van 't landschap Battambang beschreven te hebben, verplaatst de Schr. ons naar het gewest Siem Reap of Angkor, hetwelk het gewone verblijfoord der vorsten was gedurende het tijdperk der groote bouwwerken. Wegens het bijzonder groot aantal van archeologische vondsten in dit uitgestrekt gewest, zullen wij ons bepalen tot de belangrijkste overblijfselen.

Te Preah Khsêt heeft men de ruïnen van een heiligdom ontdekt, waarvan een tweetal opschriften op de zijwanden van een torenpoort bijzonder de aandacht verdient. Het eene, in 't Sanskrit, volledig vertaald door den Heer Barth, verhaalt van de restauratie van een Linga door een zekeren Sankarsa, zoon van Vasudeva en de zuster van Koning Udayarkavarman, onder de regeering van dezen vorst in 998 £aka. In 't volgende jaar voegde dezelfde persoon daaraan toe een zonderling stel van beelden, bestaande uit een Brahma, een Visnu en een Buddha, zoodat deze laatste inplaats treedt van £iva. Het geheel van deze beelden, bestempeld als Caturmürti, Viervuldigheid, — in nabootsing zeker van de bekende Trimürti — was niettemin gewijd aan Qiva 1. De door Sankarsa gerestaureerde Linga was eertijds aan Koning Süryavarman (vader en voorganger van Udayarkavarman, anders genaamd Udayadityavarman) geschonken door diens

1 In het Oudjavaansche gedicht Sutasoma wordt meer dan eens Buddha met Qiva vereenzelvigd.

Sluiten