Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een soortgelijk gebouw, ook op een heuvel, bij Phnom Baük, was een Qivaïetisch heiligdom, want behalve een half verbrijzelden Linga, heeft men daar twee (^iva-koppen — thans in het Trocadéro bewaard — en een schoon gebeeldhouwden Brahma aangetroffen.

Een van de belangrijkste monumenten van dezelfde streek, is het omvangrijke heiligdom te Bakong. Het bestaat, als men van den omtrek naar 't binnenste gaat, in hoofdzaak uit: een gracht; een aantal torens van metselsteen tusschen het dicht geboomte; een ringmuur; een ruim vierkant waterbekken, waarover aan twee zijden een dijk toegang geeft tot een buitenhof; dan komt men aan een tweeden ringmuur; en eindelijkin 't binnenplein, waar zich acht torens en verscheiden bijgebouwtjes verheffen, met een getrapte pyramide in 't midden. Aan de zijvlakken der pyramide waren trappen aangebracht, die op elke verdieping geflankeerd waren door leeuwenbeelden, terwijl op de hoeken der terrassen steenen olifanten stonden.

Op de zijwanden der torenpoorten zijn eenige brokstukken van inscripties bewaard gebleven, die, zooals uit het door Bergaigne indertijd ingesteld onderzoek blijkt, alle denzelfden Sanskrit-tekst herhalen en daarenboven gelijkluidend zijn met de overeenkomstige gedeelten van 't opschrift te Baku, dat aanstonds ter sprake zal komen. Wat den inhoud der bedoelde inscripties betreft, die bepaalt zich tot een aanroeping van £iva, een geslachtslijst van en een lofrede op Koning Indravarman met den datum van zijn troonsbestijging, 799 Qaka.

Het nabijgelegen heiligdom van Baku vertoont de sporen van een ringmuur en gracht, waardoor een groot park is ingesloten met een terras binnen een tweeden muur, die zes torens droeg. Voorts ontwaart men nog eenige overblijfsels van galerijen en poorten met beeldhouwwerk, gedeeltelijk beelden van z.g. tempelwachters, gedeeltelijk vrouwenbeelden. Uit de talrijke, min of meer goed bewaard gebleven inscripties komen wij te weten dat de tempel van Baku gesticht is door Indravarman in de maand Magha van Qaka 801, dus Jan.—Febr. 880 van onze jaartelling.

Behalve de inscripties op de wanden verdient bijzonder vermeld te worden het Sanskritopschrift in tweeërlei schriftsoort op een steenen zuil. Uit den inhoud van deze door den Heer Barth vertaalde oorkonde zij hier alleen medegedeeld, dat «het prachtige klooster van Yagodhara» in den jare 811 werd opgericht en gewijd aan £iva.

Het gebruik van tweeërlei schrift waarvan 't eene 't gewone Cambodjasche, 't andere een Noord-Indische schriftsoort, komt meermalen voor, o. a. ook te Lolei, waarvan straks sprake zal wezen, Ook op Java worden voorbeelden aangetroffen van tweeërlei schriftsoort, al is het dan ook niet op één en hetzelfde monument. Zoo is het opschrift van Kalasan in een

Sluiten