Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aldaar terugkeert, vernemen wij, na eene aanroeping van Qiva, de namen van Koning Indravarman, den stichter, en van eenige zijner voorouders, zooals reeds boven opgemerkt werd. Indravarman besteeg den troon in 799 £aka, terwijl het opschrift dagteekent van den 2den der maand Magha des jaars 801 (21 Januari 880 A. D.). Op dien datum richtte genoemde koning drie standbeelden op van Qiva en drie voor Gaurï, £iva's gemalin.

Op een wand van den middelsten toren staat een inscriptie van 10 Magha 802, vermeldende de oprichting van een beeld van Qiva door Indravarman, daarop volgt een lange opsomming van dienstpersoneel voor den eeredienst, mannen en vrouwen, danseressen, zangeressen, muziekanten, enz. De lijfeigenen belast met het onderhoud van de tempels en 't leveren van benoodigdheden worden met name opgegeven, ten getale van 213.

De andere zijwand bevat een soortgelijke lijst van personen, tot een gezamenlijk bedrag van 387.

Behalve den koning, maakten zich ook andere voorname heeren en dames verdienstelijk door schenkingen van 't heiligdom. Hun giften zijn vereeuwigd in opschriften, die aangebracht zijn op vooruitspringende deurlijsten. Een van die inscripties vermeldt een schenking van 107 met name genoemde slavinnen en van200lijfeigenen; er volgt nog een derde opsomming, maar die is wegens de beschadiging van 't opschrift onvolledig.

In 't geheel vindt men aan de torens van Baku niet minder dan 24 inscripties, allen van gelijksoortigen inhoud.

De inscripties, op de wanden der torens te Lolei, ook 24 in getal, zijn van denzelfden aard als die te Baku. Ze verkondigen de stichting van taan den god £iva en diens vrouwelijke wederhelft gewijde heiligdom in 815 £aka (=893 A. D.) door koning Ya^ovarman, die in 811 den troon bestegen had. De lijsten van slaven, lijfeigenen enz. zijn niet minder lang dan die te Baku.

Wanneer men bij de 48 registers van Baku en Lolei voegt de 42 of 44 teksten van denzelfden aard te Koh Kêr, waarvan in 'teerste deel gewag is gemaakt, komt men door optelling tot een som van ruim 10,000 dienstbaren, welke aan de drie heiligdommen geschonken werden.

De verschillende kategoriën van dienstbaren of beambten worden aangeduid door titels, waarvan de waarde zich niet overal nauwkeurig laat vaststellen, Duidelijk evenwel is het dat er onder 't personeel verschil van rang bestond. Men vindt in de Sanskrit-opschriften, die door Bergaigne en Barth vertaald zijn, melding gemaakt van bidders, kapelaans, dienstdoende priesters en opzichters, en wijders van lieden van zeer ondergeschikte betrekking: portiers, klerken, koks, ontvangers, voltrekkers van straffen, hofopzichters. In de Khmer-inscripties, die de naamlijsten bevatten, vindt

Sluiten