Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nen een blik te slaan in 't geestelijk leven der Tjams, en ons een helder denkbeeld geven van hun godsdienstige voorstellingen, hun mythologie, hun heilige gebruiken. Allerlei formulen en namen van mythologische wezens herinneren ons aan Indië en zijn onmiskenbaar overgenomen in den tijd toen het land onder den invloed der Indische beschaving stond, maar van den Indischen geest is in al die lofzangen en gebeden weinig of niets te bespeuren. In de aanroeping van de Naga's bij gelegenheid der groote feesten komt een heirleger van verbasterde slangennamen uit het Mahabharata voor en verscheiden gewone Sanskritwoorden worden eindeloos herhaald, doch zonder samenhang.

Het ritueel bij de lijkplechtigheden komt in zekere bijzonderheden overeen met hetgeen ook in Indië gebruikelijk is, doch is met veel bijgeloovigheden verbonden die in debrahmanistische geschriften over ritueel niet voorkomen.

Het gebed dat de priester opzegt vóórdat men er op uitgaat om aloëhout te verzamelen maakt den indruk van zuiver inheemsch te zijn. Zoo ook het lied van den priester voor het buffeloffer.

De lezing van 't hoogst verdienstelijke boek des Heeren Cabaton leidt tot de slotsom dat er tegenwoordig bij de Tjams weinig meer van 't Hindoeïsme is overgebleven en doet vermoeden dat de Indische beschaving onder de inlanders nooit diepe wortelen heeft geschoten. Evenwel is niet uit het oog te verliezen dat een volk, hetwelk zijn staatkundige onafhankelijkheid en eenheid verliest, slechts onder gunstige omstandigheden voor geestelijk verval behoed zal blijven. De gunstige omstandigheden bestaan voor de Tjams niet: zij leven te midden van vreemde volken en de beschaving die zij eenmaal bezaten was slechts voor een klein gedeelte hun eigendom. Met den val van 't Hindoeïsme in hun land was ook hun lot bezegeld. Anders is het gegaan met de Balineezen, die zich op hun eiland hebben kunnen ontwikkelen en door twee omstandigheden beveiligd zijn geworden tegen den aandrang van den Islam: in den eersten tijd doordat zij op een eiland woonden, later doordat de Hollanders de meesters werden van Java. Dat Bali aan de voorvaderlijke zeden trouw heeft kunnen blijven, is een gevolg van de Nederlandsche heerschappij. Daarvoor zijn de Balineezen ons niet tot dank verplicht, want wij hebben niet met opzet hen beschermd, maar het feit blijft, dat Bali zijn godsdienstige zelfstandigheid heeft kunnen handhaven als gevolg van onze heerschappij.

Om na deze uitweiding terug te keeren tot de Tjams, zullen wij als proeve een tweetal aanroepingen mededeelen volgens dePransche vertaling, opdat de lezer voor zich zelf een oordeel kunne vormen over den aard dier stukken. Beide liederen worden uitgesproken bij de groote feesten. Het eerste, bij 't kiezen van een bouwterrein, luidt in vertolking aldus:

Sluiten