Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Hulde aan £iva! Moge hij zich in mij belichamen!

«Bij 't verlaten zijner woning nam de buffel van Garuda Nêgarai (den Naga) mede en vloog naar zee. Toen zette de aanvoerder der neushoorns den Naga op den grond en bond hem. Uit diens tong en oogen deed hij water ontspringen; uit de neusgaten deed hij de plant Triadica opgroeien. Uit een der klauwen maakte hij den top der bergen, en uit den anderen liet hij een bron ontspringen. Uit de eene wang liet hij takken spruiten, uit de andere mieren (?) voortkomen. Uit den nek liet hij water opborrelen, uit het ingewand een rivier vloeien. Uit de lendenen maakte hij den top der bergen. Uit het zweet ontstond de mist; uit het dunne ingewand kwam een tak te voorschijn en uit dezen tak de Waringin.

«Ik heb een staf van bamboe genomen en heb de ingewanden der prinses Nêgarai geraakt om er den Waringintak uit te trekken. Deze godin heeft het lichaam geformeerd van de menschen van dit land: van de Bani's d. i. Mohammedaansche Tjams, en de Tjams, van de Siameezen en Chineezen, van de Churu's en Raglai's. Laat alle mannen en vrouwen, met loshangende haren zich op de borst slaan! De prinses Nêgarai kan hun den dood berokkenen en hen ter helle doen dalen, want zij is het, die het blanke ijzeren zwaard zwaait!

«Ik zal mij verwijderen van de plek der aarde die rust op den rug van de schildpad. Ik zal mij verwijderen van de woning der witte mieren. Ik zal mij verwijderen van den rug des olifants. Ik zal mij verwijderen van het verblijf der demonen en geesten. Ik zal de gloeiende aarde vermijden, die op een laag van graniet rust. Ik zal mij verwijderen van de plaats waar ongelukken te vreezen zijn.»

Dit lied, dat meer 't karakter van een bezwering tot afwending van ongeluk dan van een gebed draagt, heeft, ondanks eenige Indische namen, al de kenmerken van echtTjamsch te zijn. De meer grillige dan weelderige fantasie die zich daarin kond doet, komt geheel overeen met wat men bij andere volken van hetzelfde ras aantreft.

Als tweede proeve volge hier een lied waarbij de Naga's of slangen worden aangeroepen en tot de offerande uitgenoodigd.

«O heer slang Tjila, kom spoedig om mijn offer te ontvangen. O heer slang Paravata, kom ook gij om mijn offer te ontvangen. O heer slang Pandurangga, kom om mijn offer te ontvangen. O heer slang Tunim, die op den schouder gedragen wordt(?), kom om mijn offer te ontvangen. O heer Duizendpoot, stijg op, ontvang mijn offer. Wie woont in den mierenhoop, wie verblijf houdt in het heuveltje, kome om mijn offer te ontvangen. Mogen alle slangen komen om zich te verzadigen aan mijn offerande, zelfs zij die beginnen te kruipen en de pasgeborene.

Sluiten