Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na de regeering van den zoo even genoemden vorst Jayavarman I volgt een duister tijdperk van ruim eene eeuw. De inscripties van dat tijdperk, weinig in getal en arm aan gegevens, schijnen over 't algemeen geen koninklijke oorkonden te zijn. Volgens Chineesche berichten werd Kambodja verscheurd door binnenlandsche onlusten. In dezelfde eeuw verontrustten buitenlandsche vijanden, Maleische of Javaansche zeeschuimeis, de kusten van 't rijk. Het heet zelfs dat deze in 787 een heiligdom van £iva in de vlakte van Panrang, in 't Zuiden des lands, in brand staken. In 799 verhoovaardigde zich een koning van Ijampa, Indravarman, op zijn zegevierende krijgstochten in 't Zuiden, waarmede kwalijk iets anders bedoeld kan wezen dan Kambodja. Hoe het zij, de geheele achtste eeuw was voor 't rijk een tijd van beroering en ramspoed.

Een nieuw tijdperk van macht en bloei begon met de troonsbestijging van Jayavarman II in 802. Van dezen koning wordt in een wel is waar niet gelijktijdig, maar toch geloofwaardig opschrift verhaald dat hij uit Java kwam. Daaruit volgt volstrekt niet dat hij een Hindu-Javaan was; het is zeer wel mogelijk dat hij een verwante was van 't oude vorstenhuis, die om de eene of andere reden naar Java was uitgeweken. Men heeft zelfs twijfel geopperd of met Java wel het eiland van dien naam bedoeld is, aangezien dezelfde benaming ook op Sumatra werd toegepast. Het is hier niet de plaats om nader op dit vraagstuk in te gaan: het is voldoende te vermelden dat Jayavarman II er in slaagde zich meester te maken van Kambodja in zijn geheelen omvang en het in zijn ouden luister herstelde. Met zijn roemrijke regeering begint het tijdperk der grootsche bouwwerken welke in de vlakten van den Mekhong gedurende de vier volgende eeuwen verrezen.

Jayavarman II werd 868 opgevolgd door zijn zoon Jayavarman III, die reeds in 877 overleed. De troon werd toen bestegen door Indravarman, den zoon van een rijksgroote, den gemaal van Indradevï, die van vaderszijde eene verwante was van oudere vorstenhuizen en door hare moeder afstamde uit het huwelijk van een Indischen brahmaan met eene inlandsche prinses. Hij was een ijverig £ivaiet, zooals uit zijne talrijke stichtingen ter eere van dien god blijkt; anders is weinig van hem bekend, dan dat hij in 889 overleed en opgevolgd werd door zijn zoon Yagovarman, wiens veelzijdige talenten in zijne opschriften uitbundig geprezen worden. Hij was ervaren in alle wetenschappen en in den wapenhandel, in de kunsten, in de talen en soorten van schrift, in de dans- en zangkunst, enz. Zelfs heet hij een commentaar vervaardigd te hebben op het Mahabhasya van Patanjali, zoodat hij een meester moet geweest zijn in de kennis der Sanskrit-spraakkunst.

Onze leidsman in dit overzicht der geschiedenis van Kambodja, Aymonier, is geneigd aan Yagovarman toe te schrijven de stichting van de hoofd-

Sluiten