Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen bodem van het meer uitsteekt, ziet men behalve een groote vierhoekige watervlakte, heden nog met lotussen bedekt, tal van kleine vierkante bassins als geschaard om een grootere ronde waterkom, omgeven door een ringdijk of kade. In 't midden van 't water is weer een zeer klein eiland, dat door een smallen dam met de kade verbonden is. Midden op 't eilandje rijst een vierkant torentje op, nu nog zes meter hoog. Een ontzaglijke vijgeboom bedekt met een netwerk van wortels bijna 't geheele bouwwerk, zoodat weinig meer van de versiering te zien is. Men kan nog onderscheiden een Visnu met vier armen, omgeven van aanbidders en hemelnymfen.

Op een afstand van niet meer dan zestig meter westwaarts van t meer ligt het groote heiligdom van Prakhan. Een weg, afgezet met steenen posten, voert van 't meer naar den buitensingel van Prakhan, waar hij overgaat in een straatweg, die over een breede en diepe gracht toegang verleent tot eene groote vierkante ruimte besloten binnen een ringmuur. Deze muur is door een berm van ongeveer twintig meter gescheiden van een muurwerk uit limoniet. Een der eigenaardigste versieringen van den grooten muur bestond uit reusachtige Garuda's in steen. Gelijk men weet, is de Garuda de fabelachtige monstervogel, de onverzoenlijke vijand en dooder der slangen en 't rijdier van Visnu; eigenlijk de door 't luchtruim vliegende bliksem, die de kronkelend kruipende wolkenmassa's doorklieft.

Wanneer men de poort is binnengegaan, ziet men rechts en links overblijfselen van waterbekkens en alleenstaande gebouwtjes, vermoedelijk cellen. Verder gaande bereikt men een kruisvormig terras dat de intrede vormt van 't eigenlijke heiligdom. Dit omvatte, voor zooverre de deerlijke toestand van verval waarin 't geheel zich bevindt toelaat daarover te oordeelen, drie concentrische galerijen, kruisgangen, torens en andere gebouwtjes. Over 't geheel herinnert het gedenkteeken door zijn plan en sierwerk aan den tempel van Ta Prom.

Als men Prakhan verlaat en zich door de Noorderpoort van de hofstad Angkor Thom zuidwaarts begeeft, bereikt men binnen een uur de Zuiderpoort. Niet ver van daar verheft zich een rotsachtige heuvel in den voim van een afgeknotte pyramiede, ongeveer honderd meter hoog. Het is de heuvel van Ba Kheng, op welks top de bouwvallen van een tempel zichtbaar zijn. Het hoofdgebouw bestaat uit vijf vierhoekige terrassen, waarvan elk met twaalf torentjes versierd was. Rondom het benedenste terras stonden ook torens; hoeveel? is niet meer uit te maken. Het pad waarmede men den heuvel bestijgt voert naar een geëffend vlak op den heuvelrug. Men ontmoet daar een onaanzienlijk steenen gebouwtje van jongeren datum. Het dient ter beschutting van een z.g.n. «voetafdruk van Buddha», is in werkelijkheid, evenals de «heilige voet» op de Adamspiek van Ceilon,

Sluiten