Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten wij verwijlen bij een gebouw dat als een aanhangsel van het terras aan den N.O. hoek kan beschouwd worden. Het is de zoogenaamde «Belvedère van den melaatschen koning». De muren van dit gebouw, een bijna kruisvormig terras, zijn bedekt met verdienstelijk beeldhouwwerk in hoog-relief. Er is geen spoor meer over van eenig bouwwerk boven op het terras; alleen ontwaart men onder een bladerdak het beroemde standbeeld van den «melaatschen koning», zooals het heet. Dit beeld, thans half verbrijzeld, stelt levensgroot een persoon voor in zittende houding. De linkerhand steunt op de dij; de andere, half gesloten, houdt een voorwerp dat op een kroes gelijkt. De figuur is naakt, doch zonder geslachtskenmerk; de Kambodjasche kunst, met zeldzame uitzondering, is kuisch.

De inboorlingen vereeren nog heden ten dage het beeld van den «melaatschen koning». Aymonier is van oordeel dat er redenen bestaan om aan de overlevering in dit geval waarde te hechten en dat het beeld Koning Ya^ovarman voorstelt, die AngkorThom stichtte of althans de eerste vorst was die daar verblijf hield. Inderdaad komen in de opschriften bij den Yagodhara-vijver, dien Yagovarman heeft laten graven, eenige duistere toespelingen voor op een groot ongeluk dat hem getroffen heeft en waarover hij in klaagtonen uitbreekt. In allen gevalle is de inlandsche overlevering reeds oud, want een Chinees, die in de 13de eeuw Kambodja bezocht, gewaagt van haar in deze woorden: «er is een koning geweest die met melaatschheid geslagen werd». Het geval van een koning die aan hetzelfde euvel geleden heeft, staat trouwens niet alleen in de geschiedenis: men weet dat Azaria, koning van Juda, door melaatschheid getroffen werd, zoodat hij afgezonderd moest wonen en zijn zoon de regeering waarnam.

Het paleis is aan den naar 't Oosten gekeerden hoofdingang voorzien van een statige pui met prachtige versiering. Vooral roemen de beschouwers het fraai uitgevoerde beeldwerk, dat jachttooneelen voorstelt. Het langwerpig vierkante gebouw, ongeveer 580 meter in de lengte bij 250 breedte, heeft twee evenwijdig loopende muren, die door een diepe gracht gescheiden zijn over den geheelen omtrek behalve aan den NO. hoek.

Door de hoofdpoort, welke beschreven wordt als een paviljoen met zuilengangen aan weerszijden, komt men aan een vierkanten voorhof, waar men nog sporen ziet van gebouwtjes en torentjes. Van dezen voorhof komt men op een ruimer plein. Onder de bouwvallen welke men daar aantreft kan men nog onderscheiden, vooreerst een kruisvormig terras; verder een pyramiedachtig gebouw, de zoogenaamde Phimean Akas, verbasterd uit Sanskrit Vimana Aka^a, d.i. Vimana des Luchtruims. Nu is Vimana in 't Sanskrit o. a. de benaming van een torenachtig prachtgebouw, en het is dus mogelijk dat de naam bij de inboorlingen trouw is overgeleverd. Het

Sluiten