Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den omtrek van elke trap geven aan den koepel het voorkomen van een bundel pilaren. Het middelvak van elke zijde wordt ingenomen door voorstellingen in beeldwerk, grootendeels geschonden. Men kan nog herkennen Visnu, gezeten op den Garuda. De tegenwoordige top steekt 34 meter uit boven den vloer der derde verdieping, en 60 boven denbeganen grond.

De indruk dien Angkor Vat op de beschouwers maakt is overweldigend. Aymonier uit zijn bewondering o.a. in de volgende bewoordingen: «De grootheid en volmaakte symmetrie van 't plan, de harmonische ontwikkeling der lijnen en uitstekken van 't geheel, het aangrijpend en grootsche voorkomen van 't hoofdgebouw, hetwelk zijn concentrische omtrekken boven elkander plaatst en bordessen en toegangen naar de centrale pyramiede doet samenloopen; dit alles maakt van deze bouwkundige symphonie een van de indrukwekkendste scheppingen die een godsdienstige zin heeft kunnen uitdenken.» Bewonderenswaardig is ook de zorgvuldigheid waarmede de bijzonderheden zijn uitgewerkt, alsook het talent, ontwikkeld in de rijkste en kwistigste versiering die men zich denken kan.

Wat was de oorspronkelijke bestemming van dit grootsche kunstgewrocht eener verdwenen beschaving? Heden ten dage, gelijk reeds met een enkel woord gezegd is, beschouwen de Buddhisten het als een heiligdom en hebben zij er tal van Buddhabeelden geplaatst. Maar het beeldhouwwerk is zuiver Brahmanistisch, zoodat er van Angkor Vat als eene Buddhistische schepping geen sprake kan wezen.

Een andere vraag is het, of het wel zoo onbetwistbaar vaststaat dat Angkor Vat een heiligdom was. Er is aanleiding voor die vraag, dewijl in een onlangs verschenen geschrift, getiteld «Le Palais d'Angkor Vat, ancienne résidence des rois khmers», de schrijver, Generaal de Beylie, eene andere meening verkondigd heeft. Zijn betoog steunt voornamelijk op de mededeelingen van een hoofd der plaatselijke geestelijkheid, die o. m. het volgende verklaarde: «De tegenwoordige pagode is oorspronkelijk een paleis geweest. De koning woonde gewoonlijk in deBayon, te Angkor 1 hom, met de koningin; maar wanneer hij hier kwam, nam hij zijn intrek in een paviljoen dat ik u zal wijzen.» De schrijver verhaalt verder dat de monnik, na al de trappen opgeklommen te zijn, vóór de centrale pyramiede stilhield en uitriep: «D&ar woonde de koning. De Buddha's die de vier vestibulen van de kruisvormige pyramiede versieren zijn er naderhand geplaatst.» Nauwkeurig en in bijzonderheden wist de monnik de bestemming van alle onderdeelen van 't gebouw aan te wijzen. Volgens zijn zeggen, was hij de eenige onder de monniken die het paviljoen des konings kende, «en», voegde hij er bij, «het is te vreezen dat na mij de overlevering voor goed te loor zal gaan.»

Sluiten