Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontwikkeling is van de Upanisads, en in het Vaisnavisme in engeren zin, vindt men de voortzetting van dien vorm van Indisch geloof, waarbij zich het oudere Buddhisme tot op zekere hoogte aansluit. Geheel anders daarentegen is het gesteld in het Mahayana, welks verwantschap met het £ivaïsme men alleen loochenen kan, wanneer men de oogen sluit. De triumf der wetenschap bestaat niet daarin dat men hetgeen iedereen ziet tracht weg te cijferen, maar daarin dat men van het zichtbare en onloochenbare tracht op te klimmen tot de oorzaken van de waargenomen verschijnselen. Wat nu de oorzaken geweest zijn dat het Mahayanisme zooveel punten van overeenkomst heeft met het ^ivaïsme, hiermede «besmet» is, zooals misschien deze of gene zou willen zeggen, wat die oorzaken geweest zijn, kunnen wij niet in bijzonderheden opsporen, zoolang de ontwikkelingsgeschiedenis van het Qivaïsme, of liever van de Qivaïetische secten in 't algemeen, nog zoo onvolledig bekend is als thans het geval is. Zooveel weten wij dat voor de vereering van £iva, die trekken van den Vedischen Varuna en Rudra in zich heeft opgenomen, aanknoopingspunten te vinden zijn reeds in zeer ouden tijd, maar gedurende zeker tijdperk der Indische geschiedenis, laat ons zeggen tot de tweede eeuw vóór Christus, was de Qivadienst zeker niet de meest verbreide. Op 't einde der eerste eeuw onzer jaartelling vinden wij de vereering van £ivaïetische goden verbreid tot over de grenzen van Indië in het tegenwoordige Afghanistan. Juist in diezelfde streken en terzelfder tijd had er een keerpunt plaats in de ontwikkeling derBuddhistischeKerk; wij bedoelen het Concilie onder Kaniska, van welken tijd men het ontstaan van het Mahayana mag dagteekenen. Eenige eeuwen heeft het geduurd vóórdat het Mahayana volledig het ouderwetsche geloof, het Hïnayana, overvleugeld had; gelijktijdig groeide het £ivaïsme, dat wel is waar het Vaisnavisme niet verdrongen heeft, maar toch gaande weg zich veel meer aanhangers heeft weten te verwerven. Niet alleen op het vaste land van Indië, ook op Java zien wij dat het Brahmanisme of Visnuïsme op den achtergrond geraakte naarmate de £ivaïeten machtiger werden. De oudste inscripties — het is bereids meermalen aangetoond — zijn brahmanistischvisnuïetisch; daarop volgen Qivaïetische; eindelijk Buddhistische naast (Jivaïetische, en tot het einde van het heidendom toe is Java een land geweest met twee godsdiensten 1; bij elke gelegenheid waar de geestelijkheid des lands vertegenwoordigd is, bijv. bij eene kroning of eenig ander feest,

1 De boven aangehaalde bewering van Hodgson dat de oude godsdienst der Javanen het Buddhisme was, berust op eene indertijd vergefelijke onbekendheid met de letterkunde en inscripties van 't Middeleeuwsche Java. Dat Crawfurd in dezelfde dwaling verkeerde, spreekt ook van zelf, daar hem de sleutels ontbraken die den toegang tot de kennis der geschreven monumenten openen.

Sluiten