Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leest men dat de geestelijken bestonden uit Qaiva's en Saugata's. De wetboeken, nu nog op Bali in zwang, gelden uitdrukkelijk voor de (^aiva's en Saugata's. Van vijandschap tusschen de twee gezinten is geen spoor te ontdekken; des te meer bewijzen zijn er van het tegendeel, èn op Java èn in Cambodja. Doch dit alles mag tegenwoordig als bekend verondersteld worden, en wij kunnen des te eerder hier van dit onderwerp afstappen, omdat wij zoo straks uit een oud-Javaansch gedicht op den Bodhisattva Sutasoma, vervaardigd door Tantular te Majapahit (Vilvatikta) onder de regeering van Koning Rajasanagara (a. d. 1350—1389), eenige verzen zullen mededeelen ten betooge dat de Javaansche Buddhisten wel degelijk, in de meest ondubbelzinnige bewoordingen, eene zekere eenheid tusschen hun eigen Mahayanistische leer en het £ivaïsme erkenden, ja predikten. Vooraf echter eenige woorden over den hoofdpersoon van Tantular's gedicht, Sutasoma, en over hetgeen ons uit andere Buddhistische bronnen van dit personage bekend is.

De stichtelijke geschiedenis van prins Sutasoma is gemeengoed van alle Buddhisten. Hij is een Bodhisattva, d. i. volgens het oude stelsel, gelijk men weet, de volmaakte Buddha in een vroeger bestaan en dus nog niet zóó hoog gestegen, dat hij het in duisternis verzonken schepselenheir kan verlichten en uit den zwijmel der dwaling verlossen. De loopbaan van een Bodhisattva (bodhisattvacarya) kenmerkt zich door eene of andere groote daad (avadana) van zedelijken heldenmoed, waardoor hij blijk geeft het meesterschap (paramita) in eene of andere hoofddeugd bereikt te hebben. De Bodhisattva s zijn, in één woord, ware virtuosen in deugd, niettegenstaande zij leven onder de oude wet, vóórdat de Buddha — dank zij de bemoeienis van den god Brahma — zijne leer voordroeg. Trouwens, dat de Indische wetten van zedelijkheid eerst door den Leeuw der £akya's zouden uitgevonden zijn, heeft, voor zoover wij weten, geen enkele Buddhist, van welke richting ook, ooit beweerd; eene dusdanige bewering is slechts eene vrucht van Europeesche bespiegeling.

Gelijk wij zooeven reeds zeiden, is de legende van Sutasoma gemeengoed aller Bauddha's. Zij is — om met de Noordelijken te beginnen een

van de 34 Jataka's, waarnaar de Buddha geheeten wordt Catustrimgajjatakajna, d. i. Kenner van 34 Jataka's. Tot nog toe kennen wij deze Jataka's alleen uit de keurige bewerking van de Jataka-Mala door den dichter £üra, een waar sieraad derBuddhistische Sanskritletterkunde. De oudere redactie, waarvan (^üra s geschrift eene omwerking is, heeft men nog niet gevonden.

In de canonieke geschriften der Zuidelijke afdeeling der Kerk in 't Pali komt de legende van Sutasoma in meer dan ééne bewerking voor. Vooreerst treffen wij het Sutasoma-cariya aan in het Cariya-Pitaka, in deuit-

Sluiten