Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aeonen, onmetelijk veel, heb ik de hoogste wijsheid bereikt en nooit opgehouden de Wet te verkondigen.»

2. «Veel Bodhisattva's heb ik opgewekt en in Buddhakennis bevestigd. Myriaden van millioenen van wezens, ja eindeloos vele, heb ik in tal van Aeonen tot volle rijpheid gebracht.»

3. «Toon ik een beeld van Nirvana, dan is het een kunstgreep, uitgedacht om de schepselen op te voeden, hoewel ik in werkelijkheid niet ben uitgedoofd, en steeds nog op deze zelfde plaats (den Gierentop) de Wet verkondig.»

4. «Dat is de plaats waar ik mij zeiven, waar ik alle wezens bestier, doch averechts gezinde lieden, in hun verblinding, zien niet dat ik daar ben.»

5. «In den waan dat mijn persoon volledig uitgedoofd is, vereeren zij op menigerlei manier de relieken, maar mij zien zij niet. Alleen voelen zij zekeren inwendigen drang en daardoor wordt hun hart gelouterd.»

6. «Wanneer zulke rechtgeaarde, ootmoedige en zachtzinnige schepselen hun aardsch hulsel verlaten, dan vergader ik de schare mijner getrouwe jongeren en openbaar mij hier op den Gierentop.»

7. «En dan spreek ik aldus tot hen, op deze zelfde plaats: ik was te dier tijd niet geheel uitgedoofd, o monniken! ik werd herhaaldelijk in de wereld der levenden geboren.»

8. «Al zie ik dat de schepselen rampzalig zijn, dan openbaar ik hun toch niet (altijd) mijn ware wezen. Laat hen eerst eenen inwendigen drang gevoelen om mij te zien, en dan zal ik hun de ware Wet onthullen.»

Om onze aanhaling niet te zeer te rekken, veroorloven wij ons te verwijzen naar het aangehaalde hoofdstuk van den Saddharma-Pundarïka en naar de Voorrede van den vertaler, bl. XXV, vgg., waar aangetoond is hoe de uitingen van den Tathagata in het wezen der zaak geheel overeenkomen met de leer van de Bhagavad-Gïta.

Als wij bedenken dat er tusschen de vervaardiging van't oudere gedeelte van den Saddharma-Pundarïka en den tijd van het Oudjavaansche gedicht meer dan duizend jaren liggen, en als wij niet uit het oog verliezen in welke richting de ontwikkeling van 't geloof der Indiërs in 't algemeen zich gedurende dat lange tijdperk bewogen heeft, dan zullen wij ons niet verwonderen eenige punten van verschil te ontdekken. Het leerstuk van het eeuwig bestaan des Tathagata's, hetwelk in den Saddharma-Pundarïka met zeer veel omhaal en in nevelachtige taal wordt voorgedragen, is bij Tantular scherp en duidelijk geformuleerd. De herhaalde openbaringen van het Hoogste Wezen op aarde zijn bij den laatste Avatara's, volkomen in den zin van het Hinduïsme; Avatara's, gelijk aan die van Visnu, niet alleen om gerechtigheid te prediken, maar ook en vooral om de gerechtigheid te handhaven.

Sluiten