Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen de Buddha heet geboren te zijn en nog lang daarna, het zesde. Dat dit sterrebeeld verschijnt in December—Januari, laat zich uit den tekst niet opmaken, wèl dat het in conjunctie was met de Maan. Niet het sterrebeeld, maar de maand Pausya valt in December-Januari, en deze heet zoo, omdat volgens de Indische theorie de volle Maan in 't sterrebeeld Pusya stond toen voor 't eerst de maand dien naam ontving. Vi?akha is ook een sterrebeeld, bestaande uit vier sterren in de Weegschaal. Van eene conjunctie tusschen vaste sterren kan geen sprake wezen. Het tijdstip hetwelk in den Lalita-Vistara wordt opgegeven als dat der ontvangenis — en dat historisch niet de allerminste waarde heeft — is vollemaansdag in Vaigakha toen de Maan in 't sterrebeeld Vigakha stond 1. Waar is het, dat de geboorte niet in Pausya kon vallen, onverschillig op welken dag de conjunctie van de Maan met het sterrebeeld plaats heeft, want tusschen 15 Vaigakha en 15 Pausya verloopen maar acht maanden. Men lette wèl dat in Lalita-Vistara die conjunctie als een mirakel schijnt bedoeld te wezen; immers onmiddellijk tevoren heet het dat zon en maan stilstonden. De rekenfout 8 voor 9 blijft. De vermoedelijke aanleiding tot die fout in de dogmatische vaststelling van de tijdstippen der ontvangenis en geboorte behoeft hier niet onderzocht te worden.

PI. 28 stek het oogenblik voor onmiddellijk volgende op de geboorte van den Bodhisattva, die als wonderkind de grootte heeft van een knaap en op lotussen wandelt. De Moeder, Koningin Maya, staat met opgeheven arm bij den vijgeboom waaraan ze zich vastklemde toen het kind geboren werd 2 . De afgebeelde Plaksaboom is zeer stellig geen Ficus religiosa, noch een Hibiscus populneoides; er is geen reden om er iets anders in te zien an de Ficus infectoria, wat de gewone beteekenis van Plaksa is.

Op blz. 48, waar sprake is van den dood van Maya, is eene fout in de vertaling ingeslopen, welke niet aan Foucaux te wijten is. Waarom is Maya eene week na de geboorte gestorven ? Omdat, luidt het antwoord, dit de uiterste termijn van haar levensduur was; omdat de moeders van alle vroegere Bodhisattva's op dat tijdstip stierven, en omdat haar 't hart zou breken wanneer de Bodhisattva eenmaal tot volle ontwikkeling van zijn vermogens gekomen, zijn familie zou verlaten om asceet te worden. Na haar dood werd Maya in den hemel der 33 goden opgenomen 3.

. °p Pi' j0 fien_ W1J'den Bodhisattva als zuigeling op den schoot zijns vaders zitten, terwijl zijne pleegmoeder Gautamï daarbij gezeten is. Pleyte maakt de opmerking dat het zonderling is den Bodhisattva, die onmiddellijk na

1 Niet «de Zon» gelijk het bij vergissing op blz. 25 heet.

3 P'eyt6 b°Uf h6t 6r V°°r dat zij *naar den tak» griJPt, doch dat is niet zoo zeker. * «Zwei und dreissig» is een lapsus.

Sluiten