Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een kluizenaar te verzoeken hem te wijden (volgens deTibetaansche lezing).

10. Dr. Hultzsch heeft 't eerst aangetoond, dat dit een citaat is, 't begin van een vers van den Pali-tekst.

12. Dit is waarschijnlijk ontleend aan het Sandhibhedajataka (zie vertaling beneden). Wij zijn niet ten volle overtuigd van de identificeering, daar wij niet begrijpen, waarom de jakhals voorgesteld is als met een poot in een vangstrik verwikkeld.

14. Dit Jataka is op drieërlei wijze verklaard geworden: Cunningham en Rhys Davids zien er in 't Candakinnarajataka (485); Hultzsch een episode uit het Takkariyajataka (481, D. IV. 252—254); Warren en na hem ook wij, zien er in 't Bhallatiyajataka (504): op 't bas-relief wordt het oogenblik voorgesteld waarop de koning de klacht van twee Kinnara's hoort. Intusschen zijn ook de eerste en de tweede niet onwaarschijnlijk, alleen kan men niet met volle overtuiging zeggen, welke van de drie verklaringen de ware is, in zooverre de voorstelling, die van alle détails in de uitvoering verstoken is, niet karakteristiek is; daarbij komt nog, dat ons alleen een teekening, geen fotografie toegankelijk is.

16. In deze voorstelling zien Cunningham, Rhys Davids en Hultzsch 't Dasarathajataka (461). Wij zijn van de juistheid dezer identificatie niet overtuigd en houden 't bas-relief voor onverklaard.

27. Het bas-relief stelt in twee tafereelen 't Cammasatakajataka voor (zie vertaling beneden): 1) een monnik treedt op, op het tooneel een ram en een wijze koopman, 2) de ram heeft een aanval gedaan op den monnik, die daardoor viel, de koopman draagt een les voor over't recht. Het is merkwaardig, dat de monnik op 't bas-relief voorgesteld is met een last dien hij draagt, hetgeen beantwoordt aan de verzen van 't Jataka, maar niet aan den commentaar in proza, die niet alleen niet spreekt van een last, maar zelfs te kennen geeft dat de monnik om aalmoezen, nl. met een bedelschaal, rondgaat.

31. Wij nemen de bas-reliefs 2 en 8 tezamen en houden ze voor twee tafereelen uit het Migapotakajataka (zie vertaling beneden): 1) ontmoeting van een kluizenaar met een gazel, de kluizenaar heeft zich juist naar een bosch begeven, 2) de kluizenaar beweent de gestorven gazel, Sakka troost hem. Op grond van zulk een verklaring kunnen wij niet instemmen met de identificatie van Hultzsch, die trouwens zelf met aarzeling op 't Nigrodhamigajataka (12) wijst.

37. Wij zien in't gegeven bas-relief 't Kapotajataka (zie vertaling beneden), waarvan de Jataka's 274,375,3951 andere lezingen bevatten. Er is

1 Zie boven blz. 167. (Dit is een verwijzing naar een mededeeling van Prof. Oldenburg aan Baron Rosen over Indische bronnen van verhalen die in andere litteraturen zijn overgegaan. — n. k.)

Sluiten