Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

biedig de handen, denkende: «onder zooveel lieden is deze ram de eenige die onze deugden erkent», en hij uitte 't eerste vers:

1. Schoon is deze viervoeter,

Uiterst fraai en zeer vriendelijk,

Deze loffelijke uitmuntende ram,

Die een edelgeboren, geleerden brahmaan eert.

Te dezer stonde zat de wijze koopman op de markt; den monnik afradende, sprak hij het tweede vers uit:

2. Brahmaan, ga niet voort nog zoo te denken,

Vertrouw niet op den viervoeter!

Daar hij een harden slag wil toebrengen,

Treedt hij terug en zal hij met kracht stooten.

Terwijl de verstandige koopman sprak, was de ram reeds snel genaderd, en nadat hij den kluizenaar een stoot had toegebracht in de dij zóó dat deze dol was van pijn, wierp hij hem omver. De kluizenaar viel luid weeklagende neder. De Leermeester 1, deze zaak ophelderende, sprak het derde vers uit:

3. De dij is gebroken, de last omgegooid,

Alle gereedschap des brahmaans is hier kapot,

De handen uitstekend roept hij:

Loopt toe, hierheen, men doodt een brahmaan!

De monnik sprak 't vierde vers uit:

4. Zóó ligt verslagen hij, die eert wie geen vereering waardig is,

Gelijk ik, onverstandige, heden getroffen, verslagen door een ram.

Zoo jammerende stierf hij te zelfder plaatse.

Migapotakajataka, «Jataka van 't hertenjong». (372).

Eertijds, onder de regeering van Brahmadatta te Benares, was de Bodhisattva Sakka (Indra). Te dier tijd begaf zich een inwoner van Kasi naar den Himalaya, werd kluizenaar en leefde van in 'twild groeiende vruchten. Eens zag hij in 't bosch een hertenjong, waarvan de moeder gestorven was; hij nam het naar zijn kluis, gaf het te eten en voedde het op. Het hertenjong groeide op en werd schoon en zeer fraai. De kluizenaar nam het aan als eigen zoon, voor wien hij zorg droeg. Eens at het jonge hert te veel gras en stierf tengevolge van indigestie. De kluizenaar ging nu weeklagen:

Hier is een inconsequentie in 't verhaal. «De Leermeester», in plaats van «de verstandige koopman»; gewoonlijk wanneer de verzen worden ingevoegd door den verhalendenBuddlia, wordt dit zoo aangeduid, dat zulke verzen abhisambuddhagatha's zijn, d.i. verzen uitgosproken door den Leermeester nadat hij reeds do Buddha was.

Sluiten