Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CLXX. 133. ? \

134. De leeuw die een beentje in de keel heeft I

gekregen. > 34. (^atapattra.

135. De specht die't beentje uithaalt. I

136. De specht in gesprek met den leeuw. )

Van de overige afzonderlijke tafereelen deelen wij vooralsnog alleen dezulke meê, waarvan de identificeering ons niet twijfelachtig schijnt.

Sudhana Kinnaravadana

XVI. 2. ?

XVII. 4. ?

XVIII. 6. 1) Gesprek van Koning Daksinapancala met den betooverden

Naga Janmacitra.

2) Bezwering van Janmacitra en verschijning van den jager Halaka.

3) Dankbaarheid van Janmacitra jegens den jager voor zijne bevrijding.

XIX. 8. Vertoef van den jager Halaka in 't verblijf van den Naga.

XX. 10. De Kinnarï-prinses Manohara met eene Kinnarï aan 't meer

Brahmasabha.

XXI. 12. De prins Sudhana brengt de prinses Manohara ten zijnent.

XXII. 14. ?

XXIII. 16. De prins neemt afscheid van zijne moeder.

XXIV. 18. Ontmoeting van den prins met Indra.

XXV. 20. De Koning beraadslaagt over zijn zoon.

XXVI. 22. Manohara vliegt weg.

XXVII. 24. De prins maakt zijn opwachting bij zijn vader na zijn krijgstocht. XXVIII. 26. De prins heeft een onderhoud met zijn moeder.

XXIX. 28. ?

XXX. 30. De prins en de heremiet.

XXXI. 32. De prins in 't rijk der Kinnara's; bij den vijver.

XXXII. 34. Boogproef.

XXXIII. 36. Proef met de meisjes.

XXXIV. 38. Dansen der Kinnari's.

XXXV. 40. Sudhana en Manohara, teruggekomen, deelen geschenken uit.

1 Zie Divyavadana XXX en onze (d. i. Oldenburg's) Buddhistische Legenden I, Pefcersb. 1894, 43—47 en 80.

Sluiten