Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

Voornaamwoorden.

1. Persoonlijke voornaamwoorden. Bij deze woorden onderscheidt het F., gelijk menige andere talen der Stille-Zuidzee, o. a. van Aneityum, Anudha, Api, Ambrym, Araga, Erromango, Jaluit en Mahaga, een enkel-, twee-, meer- en veelvoud. Het meervoud is eigenlijk een trialis, gevormd door 't woord voor «drie» toe te voegen aan het eigenlijke, oude meervoud, waarvoor ik bij gebrek aan beter de benaming «veelheid» zal gebruiken. In 't Pol. zijn van het veelvoud zonder toevoegsel slechts eenige weinige overblijfselen te vinden: het is vervangen door het meervoud, d. i. de trialis. Vermits èn deze als meervoud dienst doende trialis èn de dualis gevormd zijn door toevoeging van de woorden voor «drie» en «twee» achter den ouden pluralis, zoo spreekt het van zelf dat het Pol. het veelvoud eenmaal moet bezeten hebben, en eigenlijk nu nog bezit, maar alleen in verbinding met «twee» en «drie». Sporen van een trialis in Indonesië treft men alleen aan bij de Dayaks. Deze bezigen namelijk, wanneer zij van drie personen spreken, gewoonlijk het veelvoud, d. i. den ouden pluralis, met toevoeging van 't woord voor drie, tëlo; doch bij hen is de trialis een echt drievoud gebleven en kan dit niet toegepast worden op ettelijke personen, zooals wel 't geval is in de talen der Stille-Zuidzee 1.

Tot grondslag van verdere beschouwingen zal ik hier een vergelijkend overzicht laten volgen van de persoonlijke voornaamwoorden in F., Sam., Mao. en Tonga. De hier onderstaande vormen zijn die welke denominatief en accusatief gemeen hebben2.

Enkelvoudig.

1 ps. 2 ps. 3 ps.

F. au iko; ook Nom. ko koya

Sam. au, ou öe ia

Mao. au, ahau koe ia

Tonga au, u koe ia; ne.

1 Ilardeland, Grammatik der Dajackschen Sprache (1858), bl. 99. De polemiek van von dor Gabolentz 111 zijne bovenvermelde verhandeling, bl. 259, is zeer zonderling. Een vorm als ntëlo, gij drieën, instede van këtontëlo voldoet aan alle mogelijke eischen van een trialis, want men kan niet zeggen nhapat voor këton liapat, gij vieren. Neen, de Dayaks hebben een eigenlijken trialis, en de oostelijke M. P. talen eenen uitgebreiden, oneigenlijken trialis.

2 In 't Mao. pleegt de accusatief nader aangeduid te worden door 't voorzetsel »; in 't Tonga door ia.

Sluiten