Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het dan ook, «opdat, ten einde», of vóór onzen infinitief, «om»; bijv. Mattheus 4, 1: Sa ngkai kauti Jisu tfake naYalokina veikau, medauveretaki koya na tevoro, toen werd Jezus van den geest weggeleid in de woestijn, om verzocht te worden van den duivel. Kortom, me verraadt eene onmiskenbare verwantschap met Mao. en Sam. ma en mo, die ook beide «voor, ten behoeve van» beteekener., hoewel in 'tMao. hetspraakgebruik een klein onderscheid tusschen ma en m o maakt>. Zoowel in 't F. als in 't Pol. worden me, en ma, mo bij wijze van voorzetsel ook bij eigennamen en substantieven gebruikt.

De vraag doet zich nu verder voor, waarmede dit meen ma, mo te moeten vergelijken. Me houd ik voor hetzelfde woord alsTag. mai of mei, Bis. mai, hebben; er is (Pransch il y a); Tag. mai, mei, als substantief «wat men heeft, wat er voor iemand is»; Tombul. mei, er is2. Van dit mai is afgeleid Ibn. mayan, bezit, have, goed, ding, d. i., in beteekenis, Jav. duwe, kagungan. Met dit mayan komt regelmatig overeen Sam. mea, levensmiddelen, have; Mao. ding; een verwante en verbasterde vorm, naar ik vermoed, is Mao. ma, Sam. ma, want, zooals boven terloops opgemerkt werd, veronderstelt ma eenen neusklank als sluiter. Hoe dej^ weggevallen is, kan ik niet verklaren; wellicht luidde het woord myan, want naast mai komt in 't Tag. een verzwakt mi voor 3. Eindelijk mo, Sam. m ö is hetzelfde als Bis. mau, er is; bijv. mau da ipulung-ku, ik heb niets te zeggen. Daar mö op eenen sluitenden neusklank wijst, zou men geneigd zijn dit met Jav. mong, plegen, verplegen, verzorgen, te vereenzelvigen. Wel is waar heeft Jav. in 't passief zoowel winong, als di mong, en heeft O. J. bepaaldelijk o. a. winwangan, verpleegd, aangekweekt, doch niettemin houd ik Bis. mau en mong voor varieteiten van denzelfden stam, en voor synoniem met mai, omdat dit laatste merkwaardigerwijze in 't F. als me, dus vormelijk identisch met me, bezitting, — juist hetzelfde beteekent als O. J. m\\ ang, N. J. mong, namelijk «kweeken»; imei is een kweekster, voedster, dus het Jav. pamomong. De wortel van Bis. m a u is bewaard in Sam. o, er is; bijv. o ia te au, er is mij, ik heb. Ik ga nog een stap verder en neem aan dat ke en me afgeleid zijn van één wortel, nl. ai, Ibn. ai, waarin 't begrip ligt, zoowel van tot iets komen, naar iets toegaan, als van met zich voeren, brengen. Deze laatste beteekenis schemert nog duidelijk door ook in tK rae-i alewa, to takeabride to her husband. Verder zijn van den wortel

1 Zie Williams, Dict. (2d' dr., 1852), XX.

Zoo bijv. in Niemann's Bijdragen (1866), XXIV, 11.

3 Ma kan in bepaalde gevallen met «door» vertaald worden, bijv. maku e hanga

ton *hare> by m<3 thy h°USe sha11 be made- Hier is ma eig. «mijn werk, mijn taak»; vgl. Mak. panganuwang, iemands werk, bezigheid, taak, met anu, iets van iemand, waarvan boven reeds sprake geweest is.

Sluiten