Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mahi (eig. maki)'. Naar 't gevoelen van v. d. Tuuk is dit Mand. mai uit maki ontstaan, doch dat schijnt mij geenszins bewezen. De omstandigheid dat mai optreedt als synoniem met Bat. masi — waaruit het in geen geval kan ontstaan zijn —, in verband met een ander, dat in masi een reflexief opgesloten ligt, en een derde, dat in Tag. en Bis. zoowel si als h i dezelfde waarde hebben, leidt mij tot de gevolgtrekking dat Mand. Bat. mai te vergelijken is met Tag. manhi, Bis. maghi. In dit Tag. manhi, pass. panhi, nu ligt het begrip van «aan zich zeiven, of uit zich zeiven, of van zelf» (iets doen), ook meer algemeen van «zich bezighouden met». Het staat meestal vóór een reeds afgeleiden vorm, en is dus eigenlijk niet zoozeer een prefix als een woord dat met een aanvulling samengekoppeld wordt2; bijv. manhi-muti, zich wit gaan maken ;manhi-ngutu, zich luizen; manhi-nguku, zich de nagels doen; manhi-nakai, zich in een anders vaartuig inschepen, geheel overeenkomende met het boven aangehaalde Mand. Bat. mai-solat, behalve dat in 't laatste de stam staat; manhi-malar, waarzeggen uit de lijnen der hand; een geheel soortgelijk woord is Mao. whai-whaia, beheksen, tooverij. Soms wordt manhi door den naakten woordstam of een substantief gevolgd, als in manhi-ganti, zich trachten te wreken.

Bij de onzekerheid waarin men verkeert over den oorspronkelijken vorm van fa 1, whai, dat even goed uit eenM.P. ma'i, Mal. *mari, Philippijnsch magi, als uit M. P. mahi kan ontstaan zijn — om niet eens van den uitgang te spreken — is het niet raadzaam op stelligen toon te verzekeren dat Pol. fai, whai = Philipp. manhi, mahi, Mand. mai is, doch vooralsnog acht ik zulks nog het waarschijnlijkste. Alleen fai, bijna, is eerder te vergelijken met Ibn. maggi, op 't punt zijn van; bijv. maggimatai of maggipatai, op 't punt van te sterven; maggipaganak of maggimaganak, op 't punt van te baren3. Bij fai, zeggen, zou men aan Mal. pari kunnen denken, doch de klinker der eerste lettergreep wijkt af, en de gelijkstelling van beide woorden is dus zeer gewaagd. Het is volstrekt niet onmogelijk dat fai «doen», en fai, zeggen, één en hetzelfde woord is, vgl. het bekende Franscheyfr il in den zin van «zeide hij». Een Sam. fai, snijden, deelen, is klaarblijkelijk = F. vadi 4.

1 Zie v. d. Tuuk, Tob. Spr. (2" Stuk, 1867), § 74

■ Hetgeen niet wegneemt dat het in gedachte als eenheid met het volgende woord beschouwd wordt, dus eene oneigenlijke samenstelling hiermede vormt.

De oorspronkelijke vorm van ma ggi is niet met zekerheid uit het Ibn. op te maken ■ der^ onz'eSr81' megI Z°Uden all° maggi kunncn opleveren; daarenboven is do aard

' Hf,d|..™en d!Ze'fdf zekerhe'd omtrent het zooeven behandelde fai, dan zou de oor-

rrkT1fer eid faTTTeteen Ibn' *magi' °fzeIfs maggi> ™*een Jav. en Mal. pari, Tag., Bis. mali, Bat. *magi met te betwijfelen zijn.

Sluiten