Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eene eigenaardige wijze om een desideratief uit te drukken, welke gemeenschappelijk toebehoort aan het F. en Pol., maar ontbreekt in de Indon. talen, voorzoover als bekend, bestaat in de samenkoppeling van via, Sam. fia, Mao. nu eens hi-a, dan weêr whe, met de benaming van een lichamelijk gevoel. Bijv. via-ngunu, dorst, dorstig, dorsten; Sam. fia-inu, Mao. whe-inu; F. via-kana, honger, hongerig, hongeren; Sam. fia-ai, Mao. hia-kai1; F. via-moJe, Mao. hia-moe; F. via-mi, aandrang voelen om te wateren; ook vialua, zich misselijk voelen. Bij verdubbeling geeft Sam. fiafia te kennen «verheugd, genoegen»; Mao. hiahia, begeerig, begeerte; in 't F. hecht men den zin er aan van een haken, talen naar iets, doch zonder goed gevolg: viavialevu, graag vooraan willen zijn. Oogenschijnlijk komt dit via, enz. in klank overeen metSang. enlbn. pia, wat goed is; mapia, goed, genezen, hersteld; Mak. piya, mapiya, hersteld. De afwijking in de beteekenis is zóó aanmerkelijk, dat zelfs ingeval via werkelijk = pia ware, de afstand tusschen Indon. eenerzijds en F. Pol. anderzijds even groot is als tusschen F. en Pol. onbeduidend.

Daarentegen is er een voorvoegsel dat in 't F. eene belangrijke rol speelt en in 't Pol. niet teruggevonden wordt, namelijk i. Een groot aantal substantieven, nagenoeg alle welke een werktuig te kennen geven, zijn met behulp van dit prefix afgeleid; bijv. i-sele, mes, van sele, snijden. Op de meest averechtsche wijze hebben de Bijbelvertalers en Hazlewood dit prefix getrokken bij een voorgaand lidwoord a, niettegenstaande het zuiver toeval is wanneer het lidwoord voorafgaat, gelijk zoo straks zal aangetoond worden. Vooreerst dient dit prefix ter vorming van instrumentatieven; bijv. 't zooeven vermelde i-sele; evenzoo i-tilotilo, dat waarmee men slikt, of wat voor 't slikken dient, d.i. keel. Voorts duidt het vóór woorden als staan, zitten, liggen, en dgl. aan de plaats om te staan, enz.; dus: i-tutu, plaats voor 't staan, om te staan, standplaats 2; i-kotokoto, plaatsom te liggen, pour se coucher. Eindelijk vormt het substantieven die eene wijze van doen te kennen geven: i-daka^aka, wijze van handelen; i-doladola, wijze van openen, hetgeen samenvalt met «middel om te openen». Tot de substantieven, in de eerste plaats opgenoemd, behooren ook dezulke dieeenen persoon aanduiden die het middel tot iets is; bijv. i-vakabula, zaligmaker, eig. hij door wien redding bewerkt wordt; i-vakatawa, herder.

1 Kai, ai staan voor kan-i; de n valt tusschen a en i vaak uit, o. a. ook in aitu, demon, voor anitu.

2 Een geheel ander i-tutu, waarvan Hazlewood (Dict. 2a" dr. 1872), den zin niet begrepen heeft, beteekent «brandstof», eig. «om te branden» van tu (zie woordenlijst). Het komt voor in 't door een inlander opgesteld vertelseltje (Feejeean fable, p. 70 der Grammar, 1850): sa laki tfovi i-tutu ko Ka Ngkasi kalolo, d. i. Ngk. (de mier) ging om brandstof te halen.

Sluiten