Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Het affix -ën, of na klinkers ook -n, mag in bepaalde gevallen met -an verwisseld worden. Zoo zegt men bijv. in 't O. J. kar at wan en karatun, koninkrijk, koningschap, enz. naar verkiezing; het Bat. verkiest voor soortgelijke woorden -ën1, Mal. en N. Jav., de Philipijnsche talen -an. Voor den zoogenaamden excessief van 't N. Jav. dient meestal -ën, of -n, doch -an is niet geheel uitgesloten; dus zegt men zoowel kakehan, te veel, als kakehën. De aanhechtsels -an en -ën, n, zijn dus zeker met elkaar verwant, doch ze vervullen gewoonlijk ieder hun eigen rol. Het begrip van «behebt» met zeker ongemak, zekere ziekte, wordt regelmatig door ën uitgedrukt. Deze functie van ën is zóó wel bekend, dat het voldoende zal wezen te herinneren aan Jav. woorden als barahën, met melaatschheid behebt, melaatsch; uwanën, Tag. ub&nin, Bis. ubanon, grijsharig; Tag. galisin, schurftig; piyohfn, jichtig; Bis. nukdon, schurftig; Bat. batuhon, aan hoest lijdende; a r u n o n, koortsig. Hoe dicht - ën in zulke woorden staat bij -an, blijkt duidelijk wanneer men bijv. een Tag. ilungdn «narigudo» vergelijkt met tiydnin, «barrigudo», van tiyan, buik 2. Ook daar, waar het passief begrip op den voorgrond treedt, zijn -an en ën door een telkens overschreden wordende grenslijn gescheiden. Bijv. O. Jav. inumën is moetende of zullende gedronken worden, te drinken, Bat. aek inumon ni gadja «aquaelephantis bibenda», doch Tag. inu m i n is «wat te drinken is, iets om te drinken», dus O. en N. Jav. i n u m a n 3.

De vorm, dien ë n in 't F. en Pol. aanneemt, is natuurlijk o, terwijl n geheel wegvalt, doch een spoor van zijn vroegere aanwezigheid nalaat in de lengte van den onmiddellijk voorafgaanden klinker, ten minste in 't Sam. Een voorbeeld van een adj. op ën is F. tabong-o, tabon-o, verscholen, verhuld, van st. tabong —O.J. tawëng. In beteekenis verschilt dittab o ngo niet van O. J. katawëngan4; in vorm echter komt het overeen met O.J. bijwoord usën, snel, gezwind, en andere bijwoorden op ën,. die gewoonlijk slechts bij imperatieven dienst doen en te vergelijken zijn met onze op bevelenden toon uitgesproken woorden opgepast! niet gedraald! en dgl., waar N. J. di vóór het woord voegt5.

1 Zie v. d. Tuuk, Tob. Spr. (2a" stuk, 1867) § 127.

5 Vgl. ook in 't Bat. uitdrukkingen als hatsitan, pijn voelende, met haleyonon, hongerig. Zie v. d. Tuuk, Tob. Spr., 1. o. § 134.

3 In 't Dairisch heeft ën op weinige uitzonderingen na an vervangen; zie v. d. Tuuk, Tob. Spr. bl. 203.

4 O. a. Bhar. Yuddha 407; in denzin van: werd verhuld, verduisterde (intr.), BhomaKawya, p. 25.

5 Ditzelfde di dient ook, gelijk men weet, als middel om een passief te vormen; het Tombul. daarentegen bereikt hetzelfde doel door aanhechting van ën; dus zegt het ilëkkën, het wordt gezien, waar Jav. heeft di til ik. Ook hierin ziet men de verwantschap, niet in oorsprong, maar in toepassing, van voorzetsel di (al. i) en affix ën.

Sluiten