Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zinnig de waarde van M. P. affix -an. Evenzoo in owöli wa, wat te koop is van \v o 11, M. P. w C11 1. Het Mig. kent de inlassching eener w (gespeld v) tusschen eene « en de affixen an, ën, enz. Dus la-w-ina, verloochend wordende; achter eene * of « mag de «, als overgangsletter beschouwd worden: a n ts o -w-i n a, geheeten wordende (Marre, Gr. § 187); dit laatste is natuurlijk ook van toepassing op de Bug. «/ in gevallen als luru-w-i suro-w-,. Buiten M. P. gebied vervult «, dezelfde rollen. Om ons tot dé g. talen te beperken: in de Prakrits zijn we ny van veelvuldig gebruik als ,.. .ers eiders 2; m 't Slawisch is zulk eene w alles behalve zeldzaam • bijv. in stawiti, dawiti, enz. van sta + iti en da + iti; in de adjectieven op -owu, -owa, -owo, is de w overgangsletter. Het Fransche gl aive kan niet anders uit Lat. gladius ontstaan zijn dan dat er na uitval der din glai-e eene w werd ingelascht, welke halfklinker later in 't Fransch den " ank van v, de Fidjische v, aannam. Daarentegen is de Fransche v in pouvoir een overgangsletter. Om kort te gaan, de Fidjische v in didiva seleva, e dgl. heeft dezelfde geschiedenis gehad als de Fransche * in g aiveenjuive; in lakovi, ngunuva, e. dgl. als in pou voir. De v in nggarava, en andere woorden, waar ze tot den ouderen stam behoort ïeeft een geheel anderen oorsprong; ze is ontstaan uit eenep, niet uit w. ' ïermede is het schijnbaar groote aantal van aanhechtsels ter vorming van veelvuldigheidswoorden en transitieven herleid tot twee: / en an. Het ol. heeft ten aanzien van de wijze waarop het de oude sluitmedeklinkers v or aanhechtsels nu eens bewaard, dan eens gewijzigd, dan weer afgeworpen heeft menige trekken met het F. gemeen, doch wijkt hiervan in de e andehng der affixen zeiven zoozeer af, dat ik daarover niet zal uitweiden vóórdat wij de synoniem-affixen aki en akan nader beschouwd hebben.

• e aanhechtsels a k i (F. uitgespr. a g i) en a k a n (F. a k a). Deze als affixen gebruikte woordjes zijn eigenlijk voorzetzels, die in 't algemeen gezegd, alle betrekkingen aanduiden welke in de Idg. talen door den datief en instrumentaal worden uitgedrukt: aan, naar, ten behoeve van, met Hoe die woordjes, achter een agens, en vóór een object staande, nog lang als a zonderhjke woorden moeten gevoeld zijn, mag men opmaken uit het Dayaksch, hetwelk ze vervangen heeft door een ander voorred! nJ. dë-

1 Sundermann, Tijdschr. Bat. Gen. XXVIII (1883), p. 106.

* Onafscheidelijk hiervan is de onderlinge verwisseling dezer twee klanken; o. a. Skr pasphavire en pasphayire; sphavayati voor sphayayati, van soha (denkbeeldige wortel: sphai), gedijen, toenemen, van waar ook ons (voor)spoed. Het Vedisehe va

vaVrw'aT ' Verlrrg' b0Vrijding' CDZ- ^ niCtS ™ andere Jtsprlik van

variyas, comparatief van uru; varivas krnoti en urusyati, Gr. invoj beteekenen daarom volkomen hetzeifde. Het bewijs van de identiteit van v ar i vastnet'varlyas (= variyas) levert Atharva Veda 7, 51, 1, vergeleken met de lezing in Kgveda

Sluiten