Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Grieksch, enz. onvertaalbaar. Naast ulufia is in gebruik ulu-ia, hetwelk den jongeren vorm des wortels vertoont, nl. ului, indringen, Skr. avis; u 1 u i -1 i n o, in t lichaam indringen, zegt men van eenen boozen geest; u 1 u i a of u 1 u f i a heeft dus zeker eenmaal ook «bezeten (door een geest)», N. J. kasurupan beteekend, en doet dat vermoedelijk nog, ofschoon het woordenboek alleen de samengestelde uitdrukking ului-tino-ina geeft.

Dit u 1 u i -1 i n o - i n a is een goed voorbeeld hoe samenkoppelingen behandeld worden als stamwoorden en dus aanhechtsels achter zich kunnen krijgen. Op gelijke wijze komt van fale èse, ander huis, met affix an: fa 1 eèsea, afzonderlijk gehuisd ; van a we, geven, en èse, a we èsea, aan anderen of vreemden geven; uit a we en wale, verkeerd, awewalea, slecht befaamd. Zoo ook in t Hawaiïr haa wi-hou-ia, op nieuw gegeven, van haawi, geven, gift, en hou, nieuw1. Deze Pol. gewoonte, om samengekoppelde uitdrukkingen als stamwoorden te behandelen, is tevens de sleutel van zulke afleidingen als inumia, tangofia, Mao. unuhia, Sam. u 1 ufia, matakü ti a, Mao. matakuria, e. dgl. Men heeft de afgeleide werkwoorden op i beschouwd als gewone stammen op i. Evenals bijv. 't Jav. achter naamwoorden op /, als wëngi, het affix an aanvoegt in kawëngen, en t Sam. hetzelfde doet in pongia, zoo gaat het laatste, en 't Pol. in 't algemeen, te werk bij afgeleide woorden op i. Er was hiertoe te gereeder aanleiding omdat de taal ettelijke secundaire wortels op ibezat, zooals tuki, kai, tungi, en dgl. Na kite en dgl. is de vorm van 't affix, zooals te verwachten was, a, want de i is in kite vervat. Daar van de vormen met het schijnaffix ia geen spoor in 'tF. te ontdekken is, dagteekenen ze vermoedelijk na de scheiding van F. en Pol.

Eene andere eigenschap van 't Pol., waardoor het zich kenmerkend van 't F. onderscheidt, is het bezit van abstracta op anga of nga. Dit anga of nga komt toevalligerwijze in waarde vrij wel overeen met onzen uitgang -ing, bijv. in vergadering, dat naar gelang van omstandigheden 't vergaderen, of tijd en plaats van vergaderd te zijn, te kennen geeft. Daarenboven vervult anga of nga achter adjectiefstammen de functie van ons-heid, -te.

In de wijze waarop anga of nga aangehecht wordt, heerscht groote verscheidenheid en weinig regelmaat; het gaat er meê als met het Engelsche ness, dat achter alle mogelijke stammen gevoegd wordt en zich als suffix voordoet. De volgende voorbeelden zou men naar willekeur kunnen vermeerderen.

Sam. en Mao. tununga, het braden, enz., van tunu, M. P. tunu; Sam. in u manga, teug, potio, Mao. inumanga, het drinken; Sam. tanunga,

1 Chamisso, TJeber die Haw. Spr. (1837), 41, waar de bestanddeelen yan den woordvorm te onrechte gescheiden worden.

Sluiten