Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vogel, enz. nemen noodzakelijk eene a achter zich, en de naslag van ra, of liever de lingualiseering van een sluitende t tot t, welke t overgaat in tr, gelijk d wordt d r, is een gevolg van dezelfde taaineiging. In 't Sang. in de naslag e\ het Sang. is daarom afzonderlijk te vermelden, omdat het zekere keuze toelaat in 't al of niet gebruiken van de ë\ eindmedeklinkers, behalve de nasalen n en ng, worden niet geduld, doch men heeft de keuze tusschen afwerping van den eindmedeklinker en het behoud er van; in dit laatste geval moet c als steun toegevoegd worden.

Hetzelfde Sang. gebruikt naar verkiezing als sluitende nasaal n of ng, zooals het valt, de laatste evenwel bij voorkeur. Eigenlijk bestaat over 't gansche M. P. taalgebied de neiging om eene sluitende n als ?igu\t te spreken, en in 't Bug. en Mak. is het eene wet geworden dat n dan in ng overgaat. Het Pol. inumanga is dus niets anders dan Mal.,Jav., Ibn. inuman, en iets ouderwetscher nog dan Mak. inungang, en Bug. inungëng, in zooverre het den ouden medeklinker van den stam onveranderd bewaard heeft. Op denzelfden trap als Mak. inungang, tanëngi (voor tan ë mi), en dgl. staat bijv. Sam. folongia, te slikken, terwijl Mao. horomia, wat de m betreft, ouder is, en evenzeer het Sam. folomanga, wat ingeslikt wordt1. Over de afwisseling tusschen nga en anga, O. J. n en an, Bug. ëng (ng) en ang (uit ën, '« en an) is reeds gesproken; hier wil ik alleen er nog aan toevoegen dat de toepassing welke het Pol. van nga, anga maakt in allerlei opzichten eene treffende overeenkomst vertoont met die van ang, ëng in'tBugineesch; het eenigste noemenswaardige onderscheid is dit, dat het Bug. in veel gevallen behalve het affix «, nog voorvoegsels, pa en a, vereischt. Ter staving van het hier geuite oordeel verwijs ik naar de voortreffelijke spraakkunst van Matthes (1875), § 108, vgg.

Hiermede zal ik van de achtervoegsels afstappen, om over te gaan tot eene vergelijkende beschouwing van de wijze waarop in 't F. en Pol. werkwoordelijke vormen verbonden worden met voornaamwoorden en andere rededeelen, om datgene uit te drukken wat in 't Idg., Ural-altaïsch, Semitisch-Hamitisch, Draviclisch, enz. door vervoeging geschiedt.

1 Aangezien ng feitelijk eer sterker dan zwakker is, vergeleken met n en m, komt men tot de gevolgtrekking dat de tegenwoordige uitspraak der ng, al is ze meer dan 1000 jaar oud, toch niet de oorspronkelijke is. De ng moet zich ontwikkeld hebben uit een Anusvara, de Fransehe n in bon, enz. De wijziging, en wel verzwakking, eener sluitende m en « moet zeer oud wezen, en zoo laat het zich ook verklaren hoe de populaire uitspraak, om zoo te zeggen, eener sluitende n als ng thans zoo wijdverbreid is over 't M. P. taalgebied.

(Vervolg in Veel V).

Sluiten