Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoodat of totdat, te kennen geeft, en als voorzetsel met het Fransche pour

ongeveer gelijk staat.

Het Mao. heeft regelmatig den eenvoudigen vorm: «Haere koutou ki roto», d. i. «Gaat gijlieden naar binnen»; «Tena, korero», «Komaan, spreek». Soms wordt een e voorgevoegd: «E tu koe ki runga» d. i. «Sta gij op!» De andere personen worden omschreven, vooral met behulp van kia, opdat: «Kia karanga au», z. v. a. laat ik roepen! Als passiefimperatief treedt het verbaaladjectief of gerundief op, gelijk in 't Jav. en Bisaya.

Eenen eigenlijken conjunctiefvorm, zooals t O. J., Bis. en Mig. nog bezitten, hebben 't F. en Pol. niet meer. Toch is er een spoor van overgebleven in de Mao. uitdrukking tena, whakaekea! «welaan, ruk op of val aan!» van whakaeke, oprukken. In dit woord zooals men ziet, is-«gebruikt om den imperatief uit te drukken, op Javaansche manier. Verschillende omschrijvingen van den conjunctief en optatief kunnen we laten rusten.

Voor den indicatief pleegt men drie tijden aan te nemen: tegenwoordig, verleden en toekomend. Daartegen bestaat geen bezwaar, mits men niet uit het oog verlieze dat de Tegenwoordige Tijd eene abstractie is. Als ik iemand ziende vallen zeg of denk «daar valt hij», dan spreek ik in den Teg. Tijd, maar geen verschijnsel kan tot mijn bewustzijn doordringen tenzij er tusschen dat verschijnsel en mijn besef er van eenige tijd verloopt. Op 't oogenblik dat ik zeg: «daar valt hij» behoort de val reeds tot het verledene. Zeg ik daarentegen: «ik ga van daag op reis», dan behoort mijn voorgenomen reis tot de toekomst. Strikt genomen kan men niet spreken in den Teg. T., en wanneer men dat toch doet, dan is het omdat men niet alleen een ondeelbaar tijdpunt als eenheid beschouwt, maar een gansch tijdperk hetzij een eeuw, of een jaar, een dag, een minuut, een seconde, enz., een samengesteld geheel, als geheel samenvat. Voor de zinnelijke waarneming is er geen Teg. Tijd.

Het heet dat het F. den Tegenw. T. aanduidt door sa of e of e sa. Hazlewood (p. 51) laat intusschen niet na op te merken dat ze «properl> » teekens zijn «of the narrative tense», «and may be either past or present, but rarely future». Dit is, wat sa betreft, zeer waar, en de reden er van behoeft, na 't zooeven gezegde, niet meer opgespoord te worden. In onze taal moet men sa naar gelang van omstandigheden met den Verleden of den Teg. T., en in 't Latijn met het Praesens, Imperfectum of historisch Perfectum vertalen. Eenige plaatsen uit de bijbelvertaling mogen het beweerde staven. Hand. V, 1—2: «A sa dua na tamata ko Anania na yaoana, kei Safeira na watina, sa volitaka e dua na vanua, a sa vunia eso na kena ivoli, e bau kila talenga na watina, a sa kauta eso, ka virikotora ki na yavadratou na i-apositelo»; d. i. «En er was zeker man met name Ananias, met

Sluiten