Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sapphira zijn vrouw, hij verkocht een stuk land, en verborg iets van den prijs, en ook zijne vrouw wist er van, en hij bracht een deel, en legde (dat) aan de voeten der apostelen». Markus 14, 18: «Au sa kaya vakaidina vei kemudou, ni na soli au yani e dua vei kemudou sa kana vata kei au», d. i. «Ik zeg ulieden waarachtiglijk, dat mij zal verraden een van ulieden, (die) met mij eet.»

Uit den eersten aangehaalden tekst kunnen wij leeren dat s a ook de plaats vervult van 't «verbum substantivum». Een ander voorbeeld levert Mark. 14, 44: «O koya k'au na rengurJa, sa ikoya», d. i. «Degene dien ik kussen zal, dié is het». In zulke constructies staat, uit den aard der zaak, het pers. voornaamwoord in den emphatischen vorm, evenals men in 'tFransch zegt «c'est lui», en niet «c'est-il».

Als tweede teeken van den verhalenden tijd wordt beschouwd e, dat dikwijls ook als eerste woord van den zin oogenschijnlijk overtollig staat. De vraag is of dit e dat is waarvoor men het aangezien heeft, en of het een ander woord is dan het voor telwoorden, bepaalde en onbepaalde, optredende e\ bijv. «a tamata e lewe dua», «de menschen, twee personen»; e vhïa, eenige (als gezegde); in evei, waar? wanneer? komt het overeen met Sam. o in ofe-a, waar? terwijl in deze taal i-fea, waarheen? en maifea, gelijk F. mai-vei, waar vandaan? beteekent. E is niet, gelijk sa, vóór een emphatisch pers. voornw. te gebruiken. Hand. 5, 38, leest men: Ia kevaka e ka mai na tamata na inaki ongko se na fekadaka ongko, ena vakarusai nga: ia kevaka e ka mai vua na Kalou, dou sa senga ni vakarusa rawa», d. i. «Immers indien het iets van de menschen afkomstig is, dit opzet of dit werk, zal het vernietigd worden : indien het iets van God afkomstig is, kunt gijlieden het niet vernietigen». Hier wordt het gebruikt bij eene tegenstelling ; zoo ook in de volgende aanmerking van eenen inlander 1:«Oi keimami na kai Viti, e (?ala ni vosataki e na neimami vanua, OcJei na 1 ako ()ake: e dodonu nga vei keimami, O (Jei ena lako (Jake, kevaka e tarongi na kana ena lako», d. i. Wat ons, Vitiërs, aangaat, het is fout, in ons land te zeggen: «O öei na lako <Jake 2: het juiste daarentegen voor ons is: O tïei ena lako dake 3. Uit deze en soortgelijke zinsneden maak ik op dat dit e eene geheel andere functie heeft dan sa en dient om den nadruk te leggen op het praedicaat, hetgeen in 't Tombul. geschiedt door het m. i. met e identisch eng4, en in 't O.J. door an, n. Bijv. Niemann, Leesst. (1866), p. XXI: «Ya kuman sera, ya an rurumërran en siyow, kapulu un rurumërran ni Kusoi»,

1 Bij Hazlewood, Dict. (2= dr. 1872), i. v. na.

2 Dit is in 't Nederlandsck: «Wie zal opgaan?» met toonloos uitgesproken wie.

8 D. i. «Wie is het die zal opgaan?» of «Wié zal opgaan», met redeaccent op wie.

1 Vóór eenen keelklank eng; vóór m, p en b: em; vóór klinkers e.

Sluiten